Voorwoord
In het kader van onze rubriek « Klimaat van gisteren en vandaag » analyseren we opnieuw in detail meteorologische gebeurtenissen die noch zeer oud, noch zeer recent zijn en die zich voordeden in de periode van 1950 tot 2000. Net als bij de vorige reeksen proberen we de oorzaken en gevolgen van deze gebeurtenissen uitvoerig toe te lichten, met één analyse per maand. Het deel van de reeks: de tornado van Doornik van 14 augustus 1999.
Merk op dat alle waarden – vooral de oudere waarden die ter vergelijking worden gebruikt – gehomogeniseerd zijn en dus onderling en met de huidige waarnemingen vergelijkbaar zijn.
Inleiding
De tornado zagen we niet aankomen. Zoals zo vaak in België zijn tornado’s niet zichtbaar, omdat ze verborgen zitten achter regengordijnen of zeer lage bewolking.
« Ik hoor een oorverdovend geluid, zoals van een straalvliegtuig, maar ik zie niets », vertelt een getuige nabij het Belfort van Doornik. « Plotseling, zo vervolgt hij, voel ik een enorme windstoot en hoewel ik beschut sta, kan ik nauwelijks rechtop blijven. »
Ook meteorologisch gezien zagen we de tornado niet aankomen. De dag van 14 augustus was, net als de dagen ervoor en erna, volkomen alledaags en heel kenmerkend voor een Belgische zomer, met fris weer, regen, wolken maar ook opklaringen. De zomer van 1999 behoort in zijn geheel nog tot onze vroegere zomers, ook al was hij al iets warmer dan het gemiddelde van de 20e eeuw. De neerslag en zonneschijnduur lagen echter dicht bij de seizoensnormalen. Tegenwoordig zou zo’n zomer al als « bijna » rot worden beschouwd.

Reconstructie van hoe de sfeer eruit kan hebben gezien in een van de straten van Doornik die op 14 augustus 1999 het zwaarst door de tornado werden getroffen.
Bron van de afbeelding: ChatGPT
De dagen vóór de tornado
Augustus 1999 is ongetwijfeld vooral in het geheugen gebleven door de vorige grote totale zonsverduistering, die op 11 augustus plaatsvond en zelfs in België totaal was. De totaliteitszone liep over de Gaume, het zuiden van de Ardennen en het uiterste zuiden van de Entre-Sambre-et-Meuse. Wie wilde, kon de eclips ook niet ver van ons in Frankrijk waarnemen, in de omgeving van Amiens, Saint-Quentin, Laon, Reims of Charleville-Mézières.

Bron: NASA
Het was echter allerminst zeker dat de eclips te zien zou zijn. ’s Ochtends was het weer bijzonder onaangenaam, met regen, motregen en nevel onder een laaghangende hemel met stratocumulus en stratus fractus. Later hield de neerslag op, maar in de voormiddag bleef er veel stratocumulus aanwezig, waaronder cumuluswolken ontstonden. Opklaringen waren schaars. In Reims, waar de totaliteit tussen 12.23 en 12.25 uur plaatsvond, wordt verteld dat de opklaringen pas op het allerlaatste moment verschenen, vlak vóór de eclips. Ook wij, die ons in Montcornet hadden opgesteld, konden dankzij opklaringen op het laatste moment de eclips waarnemen.
Hadden die opklaringen iets te maken met de eclips zelf? Misschien. De stratocumulus hing wellicht – minstens gedeeltelijk – samen met het uitspreiden van cumuluswolken. Doordat de convectie tijdens de eclips afnam, is mogelijk ook dat uitspreiden verminderd. Feit is dat in Laon, zeer dicht bij de lijn waar de eclips het langst duurde, de temperatuur tijdens de eclips daalde van 17,0 naar 15,1°C om daarna opnieuw te stijgen.
Na de eclips trok de hemel vaak snel weer dicht. In totaal was de zonneschijnduur overal gering, met bijvoorbeeld 1u32 in Rouen, 1u02 in Beauvais, 0u45 in Saint-Quentin en… 0u02 in Reims, ongeveer precies tijdens de eclips dus. In België kende alleen het noorden meer zonneschijn, maar daar was de eclips niet totaal.
De dag na het evenement verwachtte men voor de komende dagen en weken niet veel meer van het weer. En inderdaad: het weer was heel gewoon, op zijn Belgisch, met cumuluswolken die zich ditmaal onder altocumulus ontwikkelden, soms vergezeld van altostratus en cirrostratus. De maximumtemperaturen waren uiterst bescheiden: 19 tot 21°C in de vlakke gebieden en 16 tot 17°C op de Ardense en Hoge Venen-hoogten.
13 augustus was de minst slechte van die dagen. Na een wat koude nacht zorgden betere opklaringen ervoor dat de maxima enkele graden hoger uitkwamen: 22 tot 23°C in de vlakke gebieden en 18 tot 19°C op de hoogten. Cumuluswolken bleven echter ruim aanwezig, net als altocumulus. Hoewel het dus geen uitgesproken mooi weer was (vaak 9 à 10 uur zonneschijn), overheerste rust in de atmosfeer. Een zwak hogedrukgebied bepaalde immers het weer in onze streken en het frontale systeem dat vanuit het westen naderde, was van een zeer klassiek type.

Bron: Amtsblatt des Deutschen Wetterdienstes
De dag van 14 augustus 1999
Toen het frontale systeem onze streken bereikte, was het tijdens de nacht al bijna volledig geoccludeerd. Overdag lag het inmiddels geoccludeerde systeem ten oosten van ons land, terwijl vanuit het westen een nieuwe storing naderde die nog niet geoccludeerd was. De bewolking van beide systemen vormde uiteindelijk één geheel.

Bron: Met Office
Het weer was dan ook bijzonder grijs. De hele dag bedekten dikke nimbostratus- of altostratuswolken de hemel, met daaronder stratocumulus, fractus en in Hoog-België zelfs stratus. Daar werd tijdelijk ook mist waargenomen.
In de voormiddag regende of motregende het in het hele land, soms met een buiig karakter (ingebedde cumulonimbus), wat erop wijst dat er binnen het wolkenpakket enige onstabiliteit aanwezig was.
Tegen het einde van de voormiddag en in de namiddag hield de regen in het westen op. Aan de kust kwamen zelfs opklaringen voor, met 2 tot 4 octa cumulus en stratocumulus, terwijl de nimbostratus uiteenviel in altocumulus en cirrus. Elders hielden regen en buien aan onder een meestal betrokken hemel. In de namiddag slaagden enkele opklaringen er toch in tot in het oosten van het land door te dringen, waarbij de stratocumulus openbrak tot 4 à 5 octa en altocumulus en cirrus zichtbaar werden. Meestal bleef de zonneschijnduur echter ruim onder één uur of zelfs volledig nul. Langere opklaringen waren lokaal (3u20 in Oostende).
De temperaturen waren vrij laag voor de tijd van het jaar, met maxima meestal tussen 18 en 20°C in de vlakke gebieden en 14 tot 15°C op de hoogten. Een smalle zone in het westen en noordwesten van het land profiteerde dankzij bredere opklaringen van iets hogere temperaturen, rond 20 tot 21°C.
In de regio van de tornado (Noord-Frankrijk en Henegouwen) viel de regen eveneens vooral in de voormiddag, gevolgd door een tijdelijke droge periode rond de middag. Daar keerde de regen echter al vroeg in de namiddag terug en kreeg hij snel een buiig karakter door ingebedde cumulonimbuswolken.
De luchtvochtigheid, die de hele dag al hoog was (meestal R.V. > 80%), werd ’s avonds bijzonder hoog. Daardoor ontstonden zeer lage wolkenbases, tussen 100 en 300 meter. Het ging om cumulus fractus en soms ook flarden stratus die zeer laag voortbewogen onder stratocumulus op ruim 500 meter boven de grond. Daarboven bevonden zich nimbostratus of ingebedde cumulonimbuswolken.
De onstabiliteit nam inderdaad toe (behalve in de onderste luchtlagen) bij het naderen van een hoogtetrog. Bovendien zorgde de aanwezigheid van een krachtige straalstroom (meer bepaald de linkeruitgang van de jetstreak) voor extra stijgbewegingen, wat de vorming van cumulonimbus verder bevorderde. Ten slotte begon de wind, die de hele dag rustig uit het zuidwesten had gewaaid, plots van richting te veranderen bij het naderen van een mesodepressie boven Noord-Frankrijk. In de regio van de tornado kreeg de wind plots een oostelijke component. Daardoor nam de directionele windschering sterk toe, en daarmee ook de heliciteit en de kans op de vorming van een tornado.

Bron van de kaarten: Infoclimat. Cirkel die de mesodepressie aanduidt: MétéoBelgique
Op de eerste kaart (20u) geven de windrichtingen vrij duidelijk de positie van de mesodepressie aan, niet ver van Béthune. Op de tweede kaart (21u) was de mesodepressie al in de regio Gent aangekomen. Het ontbreken van pijlen daar betekent niet dat er geen waarnemingen waren. De stations van Semmerzake en Melle meldden beide windstilte.
Kort vóór 21.00 uur bereikte de tornado Doornik.
De tornado van Doornik
Doornik, 20u45. In de vochtige en frisse avondlucht (ongeveer 16°C) begint het plots te onweren en verlichten bliksemflitsen de hemel. Een tornado beweegt recht op de stad af, maar niemand weet dat op dat moment. Het begint gewoon harder te regenen. Dan stopt de regen plots en… « een soort wolkenmuur stort zich op de feesttent op de Plaine des Manœuvres en zuigt die omhoog ».
Volgens het onderzoek van Belgorage had de tornado inderdaad enkele honderden meters verder de buitenwijken van Doornik bereikt, ter hoogte van de rue de la Culture en de rue Charles Mauroy. De bewuste feesttent werd letterlijk de bomen in geslingerd.
Op de Grand’Place van Doornik wordt eveneens gesproken over een stortbui, precies de bui die het zicht op de tornado onmogelijk maakte. Wanneer de tornado passeerde, vlogen de stoelen van de caféterrassen door de lucht en sneuvelden verschillende ruiten. Kranen in de buurt begonnen heen en weer te zwaaien, maar vielen gelukkig niet om.
Vervolgens kreeg de kathedraal de tornado over zich heen. Een andere getuige vertelt: « Plots valt er hevige regen. Ik zoek beschutting en zie een soort draaiende wolkenmuur op de kathedraal afkomen, met een enorm lawaai. » Dat is wellicht het enige wat werkelijk van de tornado zelf zichtbaar is geweest.
Het ergste moest echter nog komen. Hier was de tornado nog maar een F1, maar hij bleef sterker en breder worden. In de omgeving van het station van Doornik werd de tornado het meest verwoestend en nam zijn intensiteit toe van F1 tot F2. « Toen ik aan de hoek van het gebouw kwam », vertelt een getuige bij de stationsparking, « draai ik me om en zie ik een enorme muur van puin. Enkele ogenblikken later wordt het indrukwekkend stil. Ik ga richting Parc Crombez en daar zie ik een apocalyptisch tafereel! Overal liggen boomtakken, het park is volledig verwoest. Ik ben verbijsterd, want ik kom hier elke dag. Wat een ramp! »
Ook het station zelf liep aanzienlijke schade op. Zo werd onder meer de stationsklok tegen de grond geslagen. Het was toen 21u05.
Daarna vervolgde de tornado zijn weg naar het noordoosten en werd hij nog sterker. Vooral de rue du Nord, rue des Champs en rue des Brasseurs werden zwaar getroffen. Een bewoonster van de rue du Nord verklaarde: « Ik keek televisie toen ik plots een projectiel voor mijn ogen voorbij zag schieten. » Een bewoner van de rue des Brasseurs vertelde: « Toen de "storm" aankwam, hoorde ik buiten een hels lawaai. Op dat moment dacht ik eraan mijn dochter, die boven lag te slapen, te waarschuwen. Enkele seconden later vloog alles weg. » Hij zou zijn auto volledig vernield terugvinden, terwijl fietsen die op het trottoir stonden tientallen meters verder werden weggeslingerd.
De kaart hieronder toont het traject van de tornado boven Doornik en de schadecorridor, die steeds breder werd naarmate de tornado het station naderde.

Bron: Jean-Yves Frique
Voorbij Doornik veranderde de tornado van richting en trok hij naar het oosten, vervolgens naar het oostzuidoosten richting Rumillies. Ook daar wordt melding gemaakt van hevige regen en vervolgens van nul zicht tijdens de passage van de tornado, alles samen gedurende ongeveer drie tot vier minuten. Toch werd een auto opgetild en belandde hij zelfs op het dak van een andere wagen.
Eenmaal in Havinnes nam de tornado in kracht af. Uiteindelijk verloor men zijn spoor ten zuiden van het dorp Béclers. Tegen die tijd had hij ongeveer 20 tot 25 kilometer afgelegd (Gruson – Béclers).
De andere tornado’s
Die dag ontstonden minstens twee andere tornado’s. Eén daarvan legde ongeveer 3 kilometer af en veroorzaakte schade in Thieulain en Chapelle-à-Wattines (bij Leuze-en-Hainaut). De intensiteit werd op F1 geschat. De andere tornado trof Herne (Hérinnes), niet ver van Edingen. Die legde 1,5 kilometer af en veroorzaakte aanzienlijke schade aan een vijftiental woningen. De intensiteit werd op F2 geschat.
Conclusie
Opnieuw stellen we vast dat het helemaal geen warm en drukkend zomerweer was dat de tornado van Doornik en de twee andere tornado’s veroorzaakte. Op enkele uitzonderingen na lijken warme dagen, wanneer er onstabiliteit aanwezig is, eerder multicellulaire onweersbuien met krachtige neerwaartse windstoten voort te brengen. Tornado’s lijken in onze streken daarentegen eerder het resultaat te zijn van sterke windschering en een uitgesproken dynamiek op hoogte (straalstromen), ongeacht de weerssituatie in de onderste luchtlagen.
De tornado’s van augustus 1999 waren inderdaad het gevolg van onweersbuien in koude lucht, net als de verschrikkelijke tornado van maart 1934. Er zijn nog andere voorbeelden, waarvan sommige zelfs midden in de winter voorkwamen. Denk aan de F2-tornado van Rekkem van 25 januari 2014, de F2-tornado van 22 februari 1999 in de regio Hoopmaal of de F2-tornado van 20 december 1991 in Thorembais-Saint-Trond. Verder terug in het verleden was er de tornado van 23 januari 1893 in Stavelot, die « van het noordoosten naar het zuidwesten trok en van het aardoppervlak een sneeuwlaag wegnam van 100 meter lang, 20 meter breed en 15 centimeter dik ». De temperatuur lag op dat moment iets boven 0°C. Als we weten hoeveel dooiende sneeuw weegt, kunnen we ons de kracht van die tornado voorstellen.
Voor de recente periode (2006-2025) beschikken we over vrij nauwkeurige statistieken over tornado’s. We hebben die al in eerdere artikelen besproken. We herinneren er hier alleen aan dat tornado’s in België nauwelijks vaker voorkomen in de zomer dan in de winter.

Waarom is dat zo? We weten het niet. In de Verenigde Staten, in de « Tornado Alley », hebben tornado’s eerder de neiging om na warme en vochtige dagen te ontstaan. In het Middellandse Zeegebied bestaan dan weer andere ontstaansmechanismen. Tornado’s bewaren nog heel wat mysteries, die ze voorlopig niet lijken prijs te willen geven.
Bronnen
- Belgorage – Databank – Casestudy’s en onweersalmanak
- KMI – Maandbericht – Klimatologische waarnemingen, deel I, augustus 1999
- Amtsblatt des Deutschen Wetterdienstes – Jahrgang 24 – Nummer 225 – 13.08.1999
- Met Office – Daily Weather Summary – 1999
- Kachelmann Wetter – Messwerte & Klimadaten – August 1999
- Infoclimat – Klimatologische gegevens van de dag
- NASA – Total Solar Eclipse of 1999 August 11 – F. Espenak & J. Anderson
Dankwoord
De auteur wil in het bijzonder het hele team van Belgorage bedanken, dat in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de totstandkoming van dit dossier. Ook gaat onze dank uit naar alle getuigen die, ondanks het trauma en de moeilijkheden om zich alles opnieuw voor de geest te halen, bereid waren hun verhaal aan het team van Belgorage te vertellen.





