• Zich inloggen
Waarschuwingen
Waarschuwingen

Analyse van het jaar 2023

Het jaar 2023 was in Ukkel een zeer warm en een nat jaar. We onthouden de droogteperiode tussen half mei en half juni die bovendien uitgesproken zonnig was, de late hittegolf in september en de zeer natte herfst die in de Westhoek aanleiding gaf tot overstromingen.    

  2023 Normalen
1991-2020
Record + Record -

Temperatuur
(°C)

12,1  11,0 12,2 
(2022)
7,0 
(1879)

Zonneschijn
-duur (uren)

 1.610,3 1.603,7 2.151,0 
(1959)
 1.238,6 
(1981)

Neerslag
(mm en
 dagen)

 1.011,4
(207 d)

837,1  
(190 d)
1.088,5 
(2001)
266 d
(1974)

406,4 
(1921)
142 d
(2018)

 


 

Chart will load here
Chart will load here
Chart will load here

Ziehier ook de andere parameters van 2023

Notes :
Ter info: de vermelde waarden zijn de waarden van het weerstation te Ukkel (KMI)
Belangrijk nota betreffende de normaalwaarden : Sinds januari 2010 maken we gebruik van de gemiddelden over de periode 1981-2010 - we beschouwen deze als de 'normaalwaarden' - en op die manier houden we rekening met de globale opwarming die zich ook in ons land manifesteert.


  1. De luchttemperaturen

2023 was met een gemiddelde temperatuur van 12,1 °C in Ukkel het derde warmste jaar sinds het begin van de meetreeks in 1833 (ref. periode 1991-2020: 11 °C), Het was nog net iets warmer in 2020 en 2022 met in die jaren een gemiddelde temperatuur van 12,2 °C. Op de vierde en vijfde plaats in de reeks van warmste kalenderjaren komen 2014 en 2018 met een gemiddelde van 11,9 °C. De 5 warmste jaren uit de meetreeks situeren zich allemaal in de voorbije 10 jaar!
De gemiddelde maximum- en minimumtemperatuur bedroeg in 2023 respectievelijk 15,8 °C en 8,6 °C. (ref. periode 1991-2020: 14,7 °C en 7,3 °C). De gemiddelde minimumtemperatuur was met 8,6 °C recordhoog (het vorig record dateert uit 2014 met 8,5 °C). 
In tabel 1 stellen we vast dat de grootste maandelijkse temperatuurafwijkingen zich voordeden in de maanden juni en september. Beide maanden waren de warmste in hun soort sinds 1833. Ook enkele andere kalendermaanden verliepen een stuk warmer dan gemiddeld (oktober en december). Tijdens de lentemaanden en in juli en augustus lagen de temperaturen dicht bij het langjarig gemiddelde.  

Het jaar kende (net als het jaar daarvoor trouwens) een zeer zachte start: tijdens de eerste uren van het nieuwe jaar lagen de temperaturen op vele plaatsen rond 15 °C à 16 °C, in Ukkel was het maximum 15,2 °C, het hoogste absoluut maximum voor een januarimaand sinds ten minste 1892. Tijdens de eerste helft van de maand januari kregen we te maken met aanvoer van (zeer) zachte lucht uit het westen of zuidwesten (lucht afkomstig uit het zuidwesten van Europa). De gemiddelde temperatuur over de eerste decade (1-10 januari) was met 9,2 °C nooit eerder zo hoog (sinds 1892): het vorig record dateert uit januari 2007 toen het gemiddelde over dezelfde periode 9 °C was (ref; periode 1991-2020: 3,9 °C). Op meerdere dagen tijdens de eerste decade lagen de maxima rond 11 °C à 12 °C en 's nachts koelde het ook niet echt af met op een aantal dagen minima van 8 °C à 9 °C. Ook aan het begin van de tweede decade hield het zachte weer aan, zodat de eerste helft van de maand januari nipt recordzacht was: het gemiddelde over de eerste 15 dagen was 8,9 °C (8,8 °C in 2007). 
Na de doortocht van een koufront op de 14e kwamen we in polaire lucht terecht waardoor het gevoelig koeler werd, koude lucht op grote hoogte (500 hPa-niveau) bereikte onze streken en stroomde verder zuidwaarts tot over Zuid-Europa. Dit vertaalde zich op gewone waarnemingshoogte (1,5 m) in maximumtemperaturen die rond en nadien zelfs een aantal dagen onder het langjarig gemiddelde uitkwamen. Vooral tussen de 21e en de 25e was het eerder koud en situeerden de maxima zich dikwijls tussen 0 °C en 3 °C, op de 25e lagen de temperaturen tijdens de dagperiode rond of net onder het vriespunt (maximum van -0,5 °C in Ukkel overdag). Ook de nachten waren kouder in de tweede helft van januari, met geregeld lichte nachtvorst, in Hoog-België een paar keer matige vorst. De ochtend van de 29e was over het algemeen de koudste met in Ukkel een minimum van -3,6 °C, in Genk -5,8 °C en in Mont Rigi -10,4 °C (nipt strenge vorst dus). 
Het temperatuurcontrast tussen de eerste en de tweede maandhelft was erg groot: de gemiddelde temperatuur over de periode 16-31 januari bedroeg in Ukkel 1,7 °C (tegenover 8,9 °C in de eerste helft).
Vanaf de 29e kwamen we terug in westelijke luchtstromingen met een stijging van de temperaturen tot gevolg. Ook februari kende een milde start: aan de noordelijke flank van een hogedrukgebied over Spanje werd zachte lucht uit het zuidwesten aangevoerd: de temperaturen kwamen opnieuw uit rond 10 °C. De rest van de maand februari verliep over het algemeen zacht, een paar keer was het tijdelijk koeler en lagen de temperaturen eerder rond het langjarig gemiddelde: dit was zo tussen de 6e en de 12e, we kregen toen te maken met een hogedrukgebied in onze omgeving. 's Nachts kon het goed afkoelen met lichte tot soms matige vorst, maar overdag werd het dikwijls 6 °C tot 8 °C. De koudste ochtenden kwamen over het algemeen voor op de 8e en de 9e: het minimum op de 9e was -9,3 °C in Elsenborn en -10,8 °C in Neidingen (Sankt Vith). 
In de loop van de 12e trok de kern van hoge druk oostwaarts zodat aan de westelijke flank ervan wat drogere lucht uit het zuiden aangevoerd werd. Dit resulteerde in zonnige dagen op de 13e en 14e met bovendien hoge temperaturen: het was zelfs voorjaarsachtig op die 2 dagen met maxima in Ukkel van respectievelijk 13,5 °C en 13,9 °C, op sommige plaatsen werd het nog iets warmer met in Genk bijvoorbeeld een maximum van 14,8 °C en 14,5 °C op de 13e en 14e februari. 's Nachts koelde het door de goede uitklaring van de lucht wel behoorlijk af met grote temperatuuramplitudes tot gevolg (minimum van -2,6 °C in Genk op de 14e tegenover een maximum van 14,5 °C). Na de 15e daalden de maxima wel met enkele graden ('s nachts werd het daarentegen terug zachter door de aanwezigheid van bewolking). De laatste dagen van februari was het koeler: de aanwezigheid van een anticycloon boven de Oceaan en nadien over het noorden van de Britse eilanden bracht noordelijke en later noordoostelijke luchtstromingen over ons land: de maxima haalden 5 °C à 6 °C en de nachtvorst keerde terug (meest lichte vorst, in Hoog-België matige vorst).

De weerkundige lente was thermisch normaal: de gemiddelde temperatuur bedroeg in Ukkel 10,2 °C (ref. periode 1991-2020: 10,5 °C): april was ietwat aan de koele kant, terwijl maart en mei normaal verliepen.  
Maart kende een relatief koele start: overdag waren de temperaturen eerder bescheiden met 5 °C à 6 °C, 's nachts kwam het tot vorst. Op de 1e lagen de minima tussen -2 °C en -5 °C op vele plaatsen, maar in Hoog-België vroor het matig met minima tot -7,9 °C in Elsenborn en -9,8 °C in Neidingen (Sankt Vith).
Tussen de 8e en 15e bevond ons land zich in het grensgebied tussen koude en zachte lucht. Op de 8e lagen de temperaturen in het noorden en centrum van het land slechts enkele graden boven het vriespunt (Ukkel: 3,0 °C) terwijl veel zachtere lucht in de loop van de dag terrein won over de zuidelijke landshelft (Dourbes: 11,5 °C, Buzenol: 9,4 °C). Op de 9e was het overal gevoelig zachter met maxima tot 12 °C à 13 °C. Tijdens de dagen die volgden, bleven koele en erg zachte dagen elkaar opvolgen. Op de 13e was het zeer zacht met 15 °C tot 17 °C in Laag- en Midden-België, 2 dagen later (op de 15e) was het terug koeler met 8 °C à 9 °C. Op de 17e kregen we de warmste dag van de maand met temperaturen die opliepen tot 17 °C à 18 °C (Sint-Katelijne-Waver: 18,9 °C): ons land bevond zich die dag in de warme sector van een depressie. Nadien bleef het overwegend zacht, enkel tussen de 26e en 28e maart werd het tijdelijk koeler: een rug van hogedruk over de Oceaan zorgde bij ons voor noordwestelijke luchtstromingen met temperaturen die maximaal 7 °C tot 9 °C haalden, in Hoog-België 4 °C à 5 °C (op de 27 °C slechts 2 °C à 3 °C in de Hoge Venen). Er was opnieuw lichte nachtvorst (matige vorst in Hoog-België). 
In april was het nooit echt koud, maar echt warm werd het evenmin. Een paar keer bereikten de temperaturen 16 °C à 17 °C, pas helemaal op het einde van de maand werd voor het eerst in het voorjaar een temperatuur van meer dan 20 °C gemeten in het land, zij het dat dit slechts op een paar plaatsen het geval was. Op de 28e bereikte het maximum 20,2 °C in Dourbes, 20,6 °C in Luik-Monsin en 21 °C in Hastière, op de 30e werd in Kapelle-op-den-Bos 21,3 °C gemeten. In Ukkel was de hoogste temperatuur van de maand 18,5 °C op de 30e.
Vrij koel was het daarentegen op de 16e april met maxima van 8 °C tot 10 °C in het centrale deel van het land (Ukkel: 9,5 °C), over het westen was er meer zon en steeg de temperatuur nog tot 14 °C. Op de 20e bepaalde een koudeput het weer met maxima tot 10 °C à 11 °C (Ukkel: 9,6 °C). De nachten waren af en toe nog koel met vooral in het begin en aan het einde van de maand nachtvorst: op de 4e en de 5e was het minimum in Ukkel respectievelijk -0,9 °C en -0,6 °C, elders in Laag- en Midden-België daalden de temperaturen lokaal tot -3 °C en in Hoog-België vroor het plaatselijk matig met -6,9 °C als minimum in Elsenborn in de ochtend van de 5e. Aan het einde van de maand zorgde polaire lucht in combinatie met brede opklaringen voor een koude nacht van de 25e op de 26e met luchttemperaturen die daalden tot rond of onder het vriespunt: in Ukkel was het minimum +0,5 °C, in Genk -1,8 °C en in Elsenborn -4,6 °C. 
Begin mei lagen de temperaturen vaak rond het langjarig gemiddelde, op de 4e kregen we tijdelijk zeer zachte luchtaanvoer aan de voorzijde van een aankomende depressie. Op alle plaatsen in het land bereikten de maxima bij veel zon meer dan 20 °C (voor vele streken de eerste keer dit jaar), meer nog: in het binnenland haalden we op een aantal plaasten ook meteen de kaap van 25 °C (Ukkel: 25,3 °C, Genk en Sint-Katelijne-Waver: 25,2 °C). Op de 9e bleef het dan weer eerder koel doordat een storing ons praktisch de hele dag beïnvloedde met veel bewolking en neerslag, de temperaturen lagen rond 13 °C à 14 °C (Ukkel: 13,9 °C). Belangrijke temperatuurschommelingen op relatief korte termijn zijn erg typisch voor het voorjaar.
In de tweede helft van de maand mei kregen we een stabiel weertype, wel zorgden luchtstromingen uit het noordoosten ervoor dat het aanvankelijk niet al té warm werd  Aan het einde van de maand kwamen de temperaturen hoger uit tot (ruim) boven 20 °C in het binnenland. Zo bereikte het maximum op de 28e 24 °C in Ukkel en 25,1 °C in Kleine Brogel, op de 31e was dit respectievelijk 24,7 °C en 26 °C op deze plaatsen. Aan de kust bleven de temperaturen in de tweede helft van mei vaak flink achter ten opzichte van het binnenland. Zo was het maximum in Oostende op de 28e en de 31e respectievelijk 16,9 °C en 16,4 °C (invloed van het relatief koel zeewater in het voorjaar bij noordoostelijke luchtstromingen). 

De zomer was warm met een gemiddelde temperatuur in Ukkel van 18,9 °C (ref. periode 1991-2020: 17,9 °C). Het was de 7e warmste zomer sinds het begin van de metingen in 1833. Vooral de gemiddelde minimumtemperatuur was met 14,1 °C bijzonder hoog, sinds 1892 was deze waarde enkel in 2018 (14,8 °C) en 2003 (14,6 °C) nog hoger.
De laagste temperatuur tijdens de zomer werd in Ukkel gemeten op 7 augustus met 10,1 °C. Nooit eerder (sinds 1892) lag de absolute minimumtemperatuur van de zomer boven 10 °C in Ukkel. 
De warme zomer is volledig toe te schrijven aan de maand juni die met een gemiddelde temperatuur van 20,3 °C recordwarm was (ref. periode 1981-2010: 16,7 °C). Het vorig record uit juni 1976 en juni 2003 (19,3 °C) werd met 1 °C verbroken. Ook de gemiddelde maximum- en minimumtemperatuur was recordhoog met respectievelijk 25,4 °C en 14,5 °C (langjarig gemiddelde: 21,2 °C en 12 °C). In het begin van de maand lagen de temperaturen door de noordoostelijke luchtstromingen nog rond het langjarig gemiddelde, aan de kust was het ook een stuk koeler in vergelijking met het binnenland (zo werd het op de 5e landinwaarts 23 °C tot 25 °C terwijl het maximum in Oostende amper 15,6 °C bereikte). Vanaf de 9e ruimde de stroming naar het oosten waardoor de temperaturen stegen, de warmte concentreerde zich dan ook voornamelijk in de tweede decade (11-20 juni): de gemiddelde temperatuur voor die periode was 22,2 °C (langjarig gemiddelde: 16,5  °C). De hoogste maxima deden zich over het algemeen voor van de 10e t/m de 12e juni met in het binnenland maxima tussen 29 °C en 32 °C (Ukkel: 31,2 °C op de 11e). Op de 10e en 11e werden (door de aflandige wind) ook aan de kust temperaturen tot rond 30 °C gehaald (in Koksijde 31 °C en 30,7 °C op respectievelijk de 10e en de 11e). De nachtelijke afkoeling was nog voldoende om de minimumtemperaturen tot onder 20 °C te laten dalen: de nacht van de 19e op de 20e was over het algemeen de warmste van de periode met temperaturen die niet onder 17 °C à 18 °C kwamen (Ukkel: 18 °C). 
Ook tijdens de laatste 10 dagen van juni was het soms nog erg warm, op de 25e haalden we opnieuw 30 °C tot 32 °C (Koksijde en Kleine Brogel: 31,9 °C, Ukkel: 31 °C). Aan het einde van de maand koelde het af met waarden rond het langjarig gemiddelde en zo gingen we ook de maand juli in. 

 4 juni 2023 in Melle: zonovergoten dag in een stabiele en droge zomerperiode
Foto: Koen Vandenbussche

De gemiddelde temperatuur van juli en augustus lag met respectievelijk 18,4 °C en 18,3 °C rond het langjarig gemiddelde (ref. periode 1991-2020: resp. 18,7 °C en 18,4 °C). 
De maand juli kende een warme periode van de 7e tot de 15e: vanaf de 6e stabiliseerde het weer en werd het geleidelijk aan warmer. Op de 7e werd het al 28 °C à 29 °C maar de warmste dag van de maand (en over het algemeen ook van de zomer) was de 8e met maxima tot 32 °C à 33 °C op verschillende plaatsen. In Ukkel bereikte de temperatuur 32,1 °C, in Kleine Brogel 33,4 °C, in Schaffen 33,3 °C en in Retie en Stabroek 33,1 °C, de hoogste waarde werd gemeten in Westmalle (Malle) met 34,4 °C. Ook de daaropvolgende nacht (van de 8e op de 9e) verliep zeer warm met temperaturen die op een aantal plaatsen niet onder 20 °C kwamen: zo was het minimum in Bièrset en Bevekom respectievelijk 22 °C en 22,4 °C, in Ukkel was dat 20,4 °C. Vanaf de 12e werd het minder warm.
Verder in de maand juli lagen de temperaturen vaak dicht bij het langjarig gemiddelde of (vooral in de derde decade) er wat onder. Tijdens de derde decade van juli was het sterk wisselvallig en bleven de temperaturen (vooral overdag, omwille van de bewolking en geregeld ook neerslag) eerder bescheiden. Zo bereikten de maxima op de 27e juli
17 °C tot 19 °C (Ukkel: 17,9 °C), op de Hoogten 15 °C tot 16 °C (Mont-Rigi: 14,9 °C). Ook begin augustus zette het relatief koele weer zich door met een koude dag op de 6e: het maximum haalde in Ukkel op die dag 15,8 °C in de vooravond (een groot deel van de dag lag de temperatuur echter rond 13 °C à 14 °C). Enkel in het westen werd nog 17 °C à 18 °C bereikt (in de late namiddag toen er na de doortocht van een storing wat opklaringen verschenen). In Hoog-België werd het niet warmer dan 11 °C of 12 °C (Saint-Hubert: 11,1 °C, Mont Rigi: 11,3 °C, Elsenborn: 12 °C). Voor Ukkel was het maximum van 15,8 °C aan de lage kant, toch werden in het verleden vergelijkbare maxima gemeten in deze periode van het jaar: 15 °C op 9 augustus 2007 en 15,3 °C op 10 augustus 2016.
De gemiddelde temperatuur voor de derde decade van juli en de eerste decade van augustus bedroeg in Ukkel respectievelijk 17,3 °C en 16 °C (ref. periode 1991-2020: 19,5 °C voor beide decades). Na de koele 6e augustus gingen de temperaturen stilaan in stijgende lijn. De eerste dagen was de temperatuurstijging eerder bescheiden, maar vanaf de 10e lagen de temperaturen een hele periode rond of boven het langjarig gemiddelde met geregeld maxima tot boven 25 °C, de laatste dagen van de maand was het wisselvallig onder invloed van lagedrukgebieden met maxima rond of lager dan 20 °C: op de 30e bijvoorbeeld haalden we 17 °C tot 19 °C in de meeste streken maar 13 °C à 14 °C in de hoogste delen van het land (Mont Rigi: 12,9 °C, Saint-Hubert: 13,3 °C).
Vermeldenswaardig is nog de warme nacht van de 18e op de 19e augustus: in Florennes, Gosselies en Ukkel daalde de temperatuur niet onder 23 °C, in Bièrset was het minimum 23,6 °C. Dit zijn bijzonder hoge minima, zeker voor de tweede helft van augustus. Meestal komen tropische nachten (Min >= 20 °C) voor tijdens zeer warme periodes van meerdere dagen, dit was nu niet het geval: op de 18e rond de middag lagen de temperaturen in het centrum van het land slechts rond 20 °C, in de loop van de namiddag pas bereikte warmere lucht ons land en het maximum werd aan het einde van de namiddag bereikt met 27,5 °C in Ukkel (de warme nacht volgde dus op een zomerdag die niet eens bijzonder warm was). 

15 augustus 2023 in Massemen (Wetteren): behoorlijk zonnige dag en temperaturen rond 25 °C (gevoelig warmer dan in het begin van de maand)
Foto: Koen Vandenbussche

We beleefden dit jaar de tweede warmste herfst sinds het begin van de meetreeks in 1833: de gemiddelde temperatuur bedroeg in Ukkel 13,8 °C (ref. periode 1991-2020: 11,2 °C). Enkel de herfst van 2006 was nipt warmer met een gemiddelde van 13,9 °C.
De 3 herfstmaanden verliepen warmer dan gemiddeld, de grootste afwijking deed zich voor in september. De eerste najaarsmaand als geheel was immers de warmste in zijn soort sinds het begin van de waarnemingen in Brussel-Ukkel met een gemiddelde temperatuur van 18,8 °C (ref. periode 1991-2020: 15,2 °C). Het vorig record dateert uit september 2006 toen de gemiddelde temepratuur 18,4 °C bedroeg. Op de derde en vierde plaats in de reeks van warme septembermaanden komen nu september 1949 en 1999 te staan met een gemiddelde temperatuur van 17,7 °C, gevolgd door september 2016 met een gemiddelde van 17,5 °C (vijfde plaats).

Begin september werd het geleidelijk aan warmer.
Op de 2e en 3e stegen de temperaturen naar 24 °C à 25 °C op de meeste plaatsen en vanaf de 4e bereikten de maxima meer dan 25 °C. Tussen de 5e en de 10e lagen de maximumtemperaturen in Ukkel (en op vele plaatsen in het binnenland) boven 30 °C. Niet enkel de intensiteit van de hitte valt op, maar ook de lange duur van deze hitteperiode in deze tijd van het jaar. Bovendien beleefden we voor het eerst sinds het begin van de meetreeks een officiële hittegolf in september: die duurde 8 dagen (van de 4e t/m de 11e). De warmste dag van de periode was over het algemeen de 10e met maxima tussen 31 °C en 33 °C, ook aan zee: in La Hestre werd het 33 °C, in Passendale 32,3 °C en in Koksijde 32,2 °C. In Ukkel was het maximum op de 10e 31,9 °C (de tweede warmste dag van het jaar na het maximum van 32,1 °C op 8 juli). We kunnen deze hitteperiode verklaren door een 'omegablokkade' over Europa: een hogedrukgebied met kern over Centraal-Europa beïnvloedde het weer in onze omgeving gedurende meerdere dagen en bracht zeer warme droge lucht over onze streken (tegelijkertijd bepaalden lagedrukgebieden het weer in het zuidwesten en het zuidoosten van Europa, we verwijzen hierbij naar de extreme regenval in delen van Griekenland). Boven ons land werden op de 5e op het drukniveau 850 hPa, op ongeveer 1.580 m hoogte (dit is het niveau waarop we een idee krijgen van hoe warm de luchtmassa boven onze streken wel is) temperaturen gemeten tot zo'n 23 °C (opmerkelijk hoge waarden, zelfs midden in de zomer zou dit bijzonder zijn!). Het is niet verwonderlijk dat de gemiddelde temperatuur over de eerste decade van september met 21,7 °C extreem en recordhoog was in Ukkel, het vorig record dateert uit 2005 met een gemiddelde van 20,5 °C over de eerste 10 septemberdagen (ref. periode 1991-2020: 16,3 °C). Ook de nachten waren zeer warm tijdens de hitteperiode: in de nacht van de 9e op de 10e werd het in Ukkel niet kouder dan 19,7 °C, in Bevekom en Bièrset was het minimum respectievelijk 20,6 °C en 20,3 °C.
Ook de rest van de maand september verliep verre van koud, op de 16e stegen de temperaturen opnieuw tot meer dan 25 °C.
Enkel tussen de 21e en de 23e was het iets frisser (na de passage van een actief koufront kwamen we in de loop van de 21e immers in koudere polaire lucht terecht). In de loop van de 23e stabiliseerde de atmosfeer en in de nacht van de 23e op de 24e koelde het behoorlijk goed af waarbij de temperaturen in Hoog-België in de ochtend van de 24e voor het eerst dit najaar lokaal rond het vriespunt lagen: in Elsenborn was het minimum +0,3 °C (heel lokaal kwam het nipt tot lichte nachtvorst). 

Na de warme september werd ook begin oktober erg warme lucht aangevoerd tussen een depressie ten zuidwesten van Ijsland en hoge druk over Centraal-Europa: op de 1e stegen de temperaturen tot 24 °C à 25 °C, op de 2e werd het op vele plaatsen maar liefst 25 °C tot 27 °C. In Ukkel bereikte het maximum 26,5 °C, meteen de derde warmste oktoberdag sinds ten minste 1892 (na 1 oktober 2011 toen het er 26,9 °C werd en 1 oktober 1985 met 26,6 °C). De warmste lucht situeerde zich over ons land in de nacht van de 2e op de 3e zodat het slechts traag afkoelde, meer zelfs: door de windtoename na middernacht gingen de temperaturen terug in stijgende lijn (menging van de lucht nabij de grond met lucht daarboven) zodat het tussen 2 en 4 uur op vele plaatsen 21 °C tot 23 °C was (Ukkel: 22,6 °C om 3 uur). In de ochtend van de 3e was het nog 17 °C tot 19 °C maar in de loop van de dag kwamen we in koelere lucht terecht (na passage koufront) zodat de temperaturen niet veel meer stegen overdag.
Vervolgens kregen we dan een paar minder warme dagen met temperaturen onder 20 °C, maar vanaf de 7e kregen we opnieuw zeer zachte luchtaanvoer onder hogedrukinvloed met temperaturen die vaak 22 °C tot 24 °C bereikten, op de 10e zelfs lokaal tot 25 °C (Koksijde: 25,3 °C, Passendale: 25,6 °C). Op de 12e was het tijdelijk iets minder warm maar op de 13e bevonden we ons in een warme sector aan de voorzijde van een koufront en haalden we opnieuw 22 °C à 23 °C (Retie: 23,5 °C, Kleine Brogel en Sint-Katelijne-Waver: 23 °C), het was de laatste dag dit jaar waarop de temperaturen tot boven 20 °C uitkwamen. 
Ook tijdens het eerste deel van de nacht van de 13e op de 14e bleef het aanvankelijk zeer zacht, na de doortocht van het koufront kwamen we in gevoelig koudere lucht terecht: om middernacht was het in Ukkel nog 20 °C, tegen de ochtend zo'n 9 °C.
Het betekende de aanloop naar een koelere periode met temperaturen die rond 12 °C à 13 °C lagen (in Ukkel was het maximum 12,1 °C op de 15e en de 16e, in Mont Rigi op de 15e 5,7 °C). Ook de nachten werden kouder, vooral de nacht van de 15e op de 16e met minima tussen 0 °C en 3 °C in Laag- en Midden-België (Ukkel: 3,2 °C), in Hoog-België kwam het tot lichte vorst (Elsenborn: -3,5 °C). De iets koelere periode was van korte duur, vanaf de 18e werd het zachter en het zachte weer bleef in een zuidelijke tot zuidwestelijke stroming de rest van de maand aanhouden met temperaturen vaak tussen 12 °C en 15 °C, op de 19e kregen we zelfs aanvoer van zeer zachte subtropische lucht en haalden de temperaturen nog eens 18 °C tot 19 °C (Ukkel: 18,9 °C, Koksijde: 19,2 °C, Beitem: 19,5 °C). Doordat er in de laatste weken van oktober dikwijls veel bewolking was, verliepen ook de nachten.zacht.
Het wisselvallig en zachte weer zette zich door in een groot deel van de maand november, erg zacht was het vooral helemaal aan het begin van de maand en op de 13e. op de 1e konden de temperaturen aan de voorzijde van een koufront oplopen tot zo'n 14 °C à 15 °C (15,9 °C in Sint-Katelijne-Waver en 15,6 °C in Deurne), op de 13e bevonden wij ons in de warme sector van een depressie en werden vergelijkbare waarden gehaald tot boven 15 °C op een aantal plaatsen (15,9 °C in Koksijde en 15,7 °C in Stabroek).
Na de doortocht van een koufront op de 24e kwamen we in polaire lucht terecht zodat de temperaturen in de loop van de dag stilaan daalden, dit luidde een minder zachte periode in. Ook de dagen die volgden (25e t/m de 27e), kwamen de temperaturen op een wat lager niveau uit, echt koud werd het in eerste instantie zeker nog niet aangezien de lucht vanover zee kwam (het zeewater is nog relatief warm in het najaar). In Laag- en Midden-België lukte het nog om 6 °C tot 9 °C te halen, in Hoog-België bleven de maxima onder 5 °C (op de 25e respectievelijk 1,1 °C en 1,5 °C in Mont-Rigi en Saint-Hubert). Tijdens de laatste dagen van de maand koelde het wat verder af, zeker de 30e was kil met maxima van slechts enkele graden boven het vriespunt (in Limburg was er meer zon en liepen de temperaturen wat hoger op). In de loop van de derde decade kwam er ook geleidelijk aan nachtvorst in de hoogste delen van het land. De laagste minima deden zich voor in de nacht van de 28e op de 29e in de besneeuwde gebieden in Hoog-België: -6,2 °C in Mont Rigi, -7,1 °C in Saint-Hubert en -7,8 °C in Sankt-Vith. Voor delen van Laag- en Midden-België was de koudste ochtend over het algemeen de 30e: het minimum was -2,9 °C in Oostende, -2,5 °C in Retie en -4 °C in Deurne. Voor Ukkel was het minimum -0,3 °C op de 30e. 
Begin december bleef het nog enkele dagen eerder koel met maxima enkele graden boven het vriespunt en nachtvorst. Vooral de nacht van de 1e op de 2e verliep koud met minima tussen -3 °C en -5 °C in Laag- en Midden-België (Ukkel: -4,1 °C, Passendale: -5 °C, Oostende: -6 °C) en tot -7 °C of lager in Hoog-België (Mont Rigi: -7,3 °C). Tussen de 1e en de 3e bleef het in Hoog-België ook overdag lichtjes vriezen. Tussen de 4e en 7e bereikten de temperaturen opnieuw het langjarig gemiddelde (zo'n 5 °C à 6 °C, en rond het vriespunt in Hoog-België).
Vanaf de 8e en de 9e bereikte nog zachtere lucht onze streken en haalden we maxima die soms boven 10 °C uitkwamen (op de 9e 10,9 °C in Ukkel, 12,6 °C in Oostende en 13,3 °C in Koksijde). De nachtvorst verdween overal.
De rest van de maand bleef het zachte tot zeer zachte weer aanhouden met geen nachtvorst in Laag- en Midden-België meer, ook in Hoog-België bleef dat beperkt (enkel wat lichte vorst rond de 18e/19e). Overdag bereikten de maxima in de laatste 10 dagen van het jaar op de meeste dagen meer dan 10 °C, op de 24e werd het 12 °C à 13 °C (Ukkel: 12,2 °C, Koksijde en Oostende: 13 °C, Stabroek: 13,6 °C). De maand december als geheel was met 7,0 °C bijzonder mild (ref. periode 1991-2020: 4,3 °C). 

Tabel 1 : gemiddelde maandtemperaturen (in °C) te Ukkel in 2023 (TT), de normaalwaarden (NORM : ref. periode 1991-2020) en de afwijking tov de normaalwaarden (δ)

 2023

TT 

NORM 

δ 

jan 

 5,2

3,7 

+1,5 

feb 

 5,9

4,2 

+1,7 

mrt 

7,5 

7,1

+0,4 

apr 

10,4 

-1,4 

mei 

 14

13,9

+0,1 

jun 

 20,3

16,7

+3,6 

jul

18,4  18,7 -0,3 

aug

 18,1 18,4 -0,3 

sep

18,8  15,2 +3,6 

okt

13,6  11,3 +2,3 

nov

 7,8 7,2 +0,6 

dec

7 4,3 +2,7 

 


 2. Aantal dagen met karakteristieke temperatuur

In Ukkel waren er 119 warme dagen (Max >= 20 °C) het voorbije jaar (ref. periode 1991-2020: 96 d).
De eerste warme dag deed zich in Ukkel voor op 4 mei (dit was tegelijkertijd de eerste zomerse dag: zie verder). Verder in de maand mei werd het nog 7 keer meer dan 20 °C (waarvan 6 vanaf 20 mei) wat het totaal aantal warme dagen voor de lente op 8 bracht (ref. periode 1991-2020: 15,9 d). We vermelden nog dat de eerste warme dag elders in het land heel lokaal eind april al voorkwam (28 of 30 april).
Tijdens de weerkundige zomer waren er 78 warme dagen (ref. periode 1991-2020: 64,6 d). enkel in 2003 lag dit aantal met 85 nog hoger.
In juni, juli en augustus waren er respectievelijk 29, 26 en 23 warme dagen (langjarig gemiddelde is respectievelijk 17 d; 23,7 d en 23,9 d). Het zeer hoog aantal in de maand juni is opvallend (juni is doorgaans de koelste van de 3 zomermaanden, maar dit jaar was het net een extreem warme maand). We stellen vast dat het aantal warme dagen tijdens de zomer de voorbije jaren praktisch systematisch (flink) hoger ligt dan het langjarig gemiddelde, echt koele zomerdagen zijn zeldzamer geworden. 
In de herfst kregen we in totaal 33 nog warme dagen: 24 in de recordwarme september en 9 in de eerste helft van oktober. 

Het aantal zomerse dagen (Max >= 25 °C) bedroeg in Ukkel 44 (ref. periode 1991-2020: 29,9 d). 
De eerste zomerse dag deed zich in Ukkel voor op 4 mei met 25,3 °C, de enige zomerdag tijdens de lente.  
De weerkundige zomer telde in totaal 33 zomerse dagen (normaal: 23,9 d): 17 in juni, 7 in juli en 9 in augustus. Het aantal zomerse dagen in de maand juni was recordhoog. Het vorig record bedroeg 14 zomerse dagen in juni 1976 en juni 1986.  
Door de wisselvallige en relatief koele periode in het midden van de zomer waren er geen zomerse dagen in Ukkel van 16 juli t/m 9 augustus (25 opeenvolgende dagen).
In de herfst kwamen er nog 10 zomerse dagen voor: 9 in de maand september (van de 4e t/m de 11e en op de 16e) en een laatste zomerse dag op 2 oktober..

Er waren 11 hittedagen in Ukkel (Max >= 30 °C) (ref. periode 1991-2020: 5,3 d): 4 in juni, 1 in juli en geen in augustus. Begin september kregen we een unieke reeks van 6 opeenvolgende hittedagen (5 t/m 10 september). Nooit eerder was het aantal hittedagen in september zo hoog.
De hittedagen in juni en september resulteerden bovendien in een hittegolf: in de maand juni kregen we een relatief vroege hittegolf van 10 dagen van de 8e t/m de 17e. Veel opmerkelijker was de hittegolf van 4 t/m 11 september (8 dagen): het was de eerste hittegolf in de maand september sinds het begin van de metingen in 1833. Tot op heden kwamen de meest laattijdige hittegolven voor tussen 26 en 31 augustus 1930 en 26 en 31 augustus 1942. 

Er waren 2 tropische nachten in Ukkel (Min >= 20 °C): in de nacht van 8 op 9 juli daalde de temperatuur niet onder 20,4 °C, nog opmerkelijker was het hoog minimum van 23 °C in de nacht van 18 op 19 augustus.

8 maart 2023: praktisch overal in het land was de bodem 's ochtends bedekt met enkele centimeter sneeuw, zoals hier in Eigenbrakel.
Foto : Xavier Lizin

Het aantal vriesdagen (Min < 0 °C) bedroeg te Ukkel 30 (ref. periode 1991-2020: 39,4 d), het ging telkens om lichte vorst (minimum tussen 0 °C en -5 °C).
Januari telde 10 vriesdagen, februari 6, maart 7 en april 2. Het laagste minimum in de eerste maanden van het jaar werd in Ukkel bereikt op 29 januari met -3,6 °C. 

In het najaar waren er nog 5 vriesdagen in Ukkel: de eerste vriesdag kwam voor op 28 november met -0,1 °C. Ook op 30 november en begin december vroor het nog licht met een minimum tot -4,1 °C op de 2de.(absoluut minimum van het jaar).

In Ukkel waren er geen winterse dagen (Max < 0 °C) (ref. periode 1991-2020: 6,1 d). Op 25 januari waren de temperaturen praktisch de hele dag negatief in Ukkel, enkel rond middernacht (24 op 25 januari) lagen ze net rond het vriespunt waardoor het geen winterdag werd. 


 3. De neerslag

2023 was een nat jaar: in Ukkel viel in totaal 1.011,4 mm neerslag (ref. periode 1991-2020: 837,1 mm). Amper 2 jaar geleden was het nog natter: in 2021 werd in Ukkel 1.038,8 mm neerslag genoteerd; in een iets verder verleden vinden we 2 bijzonder natte jaren terug aan het begin van deze eeuw: in 2001 en 2002 kregen we respectievelijk 1.088,5 mm en 1.077,8 mm neerslag te verwerken in Ukkel. 
Het neerslagtotaal voor Ukkel is niet representatief voor heel Laag- en Midden-België: op een aantal plaatsen viel er net als in Ukkel een jaarhoeveelheid van rond 1.000 mm (Lichtervelde: 994,6 mm, Kapelle-op-den-Bos: 1.026,4 mm, Buizingen: 1.030 mm). Er waren streken waar het droger bleef: zo was het jaartotaal 864,8 mm in Néchin (Estaimpuis) en 910,6 mm in Ransberg (Kortenaken). Andere regio's waren een stuk natter dan Ukkel: in Assebroek (Brugge) viel 1.143,8 mm neerslag en in Beerst (Diksmuide) 1.235,2 mm. In Hoog-België werden uiteraard ook hogere jaarsommen gemeten, maar dat is klassiek: het hoogste totaal mat het KMI in Sugny (Vresse-sur-Semois) met 1.742,9 mm.
Zowel de lente, de zomer als de herfst waren het voorbije jaar natter dan gemiddeld. Er waren 5 kalendermaanden met een neerslagtotaal > 100 mm in Ukkel: maart, juli, augustus, november en december. De natste maanden waren november en juli met respectievelijk 132,2 mm en 131,1 mm, gevolgd door maart met 126,5 mm en augustus met 107,9 mm neerslag. Er was 1 kalendermaand die zeer droog verliep: februari met 13,3 mm. Ondanks het feit dat 2023 erg nat was, kregen we een lange droge periode tussen midden mei en midden juni. 

Het jaar ging meteen nat van start: in januari was het neerslagtotaal in Ukkel 91,1 mm, de meeste neerslag viel in de eerste 20 dagen. Tijdens de eerste week vielen de hoeveelheden nog mee, depressies en hieraan verbonden storingen trokken geregeld over het land maar de straalstroom lag vaak ten noorden van onze streken. In de tweede week van januari lag de straalstroom vaak in de buurt van ons land of over ons land, vooral rond het midden van de maand viel behoorlijk wat neerslag (tussen de 12e en 16e was het geregeld nat en winderig): in die 5 dagen viel in Ukkel 41,1 mm neerslag, in Deurne 51 mm, in Elsenborn 75,6 mm. Nadien werd het minder nat en in de laatste decade kregen we slechts weinig neerslag (4,5 mm in Ukkel), ons weer werd in die periode dikwijls bepaald door uitlopers van hogedrukgebieden.
Ook in de maand februari kregen we het grootste deel van de tijd te maken met een anticyclonaal weerregime: in het begin van de maand beïnvloedden enkele storingen het weer maar door de invloed van hoge druk met kern over Spanje en het zuiden van Frankrijk waren deze weinig actief. Van de 6e tot de 15e was het nagenoeg volledig droog met hoge druk in onze omgeving; als er toch een storing kon doortrekken, was dit onder zeer verzwakte vorm. Vanaf de 16e trok de hoge druk wat zuidelijker zodat we opnieuw enkele zwakke storingen te verwerken kregen met beperkte neerslaghoeveelheden: in de loop van de 18e trok een koufront over ons land wat in Ukkel 2,5 mm opleverde, ook elders in Laag- en Midden-België bleven de hoeveelheden beperkt. In de zuidelijke landshelft viel wat meer neerslag, tot 16,3 mm in Mont-Rigi. Tussen de 21e en 24e zagen we de hogedrukinvloed ten zuiden van onze streken verdwijnen, vanaf de 25e kwamen we onder de invloed van een nieuw hogedrukgebied in ontwikkeling over de Britse Eilanden. Tussen beide anticylonen zagen verzwakte storingen opnieuw tijdelijk de kans om ons weer te beïnvloeden, ook nu met slechts kleine hoeveelheden neerslag. 
De vrijwel aanhoudende hogedrukinvloeden tussen 21 januari en eind februari hebben geresulteerd in een bijzonder droge periode: in deze 39 opeenvolgende dagen viel in Ukkel slechts 17,8 mm neerslag (ref. periode 1991-2020 voor die periode: 90,1 mm). 
Beschouwen we enkel de maand februari, dan viel in Ukkel 13,3 mm neerslag (ref. periode 1991-2020: 65,1 mm). In de westelijke landshelft was het nog droger, met in Assebroek (Brugge) bijvoorbeeld een maandtotaal  van 10,6 mm, in Sint-Maria-Latem (Zwalm) slechts 5,4 mm. 

De weerkundige lente was in Ukkel behoorlijk nat met 241,6 mm neerslag (ref. periode 1991-2020: 165,6 mm). Vooral de kletsnatte maand maart heeft hiertoe een bijdrage geleverd met maaf liefst 126,5 mm neerslag (ref. periode 1991-2020: 59,3 mm). Ook april verliep natter dan gemiddeld hoewel het teveel minder uitgesproken was dan in maart. De maand mei was normaal met iets minder neerslag dan gemiddeld. 
Aan het begin van het seizoen hield het droge weer (dat we in een groot deel van februari kenden) nog even stand, maar daar zou snel verandering in komen: van de 4e t/m de 6e maart waren de neerslaghoeveelheden beperkt, maar op de 7e trok een eerste actieve neerslagzone (koufront) doorheen het land met regen, in Hoog-België sneeuw (14,9 mm in Ukkel, 23,7 mm in Bevekom, 26,9 mm in Mont-Rigi). Een volgende lagedrukkern trok wat zuidelijker waardoor de stroming bij ons (aan de noordflank van dit lagedrukgebied) oostelijk werd met als gevolg dat ook in Laag- en Midden-België in de nacht van de 7e op 8e winterse neerslag viel, uiteindelijk zelfs sneeuw. Tijdens de dagen die volgden (9-16 maart) situeerde ons land zich op de grens tussen koude en zachte lucht (een grens die soms erg scherp was) waardoor we geregeld te maken kregen met storingen die neerslag van betekenis produceerden. Op de 8e gaf dit aanleiding tot belangrijke dagsommen: 38,8 mm in Strée, 31,9 mm in Mont Rigi, 35,5 mm in Buzenol. Ook op de 14e vielen niet te verwaarlozen dagsommen te noteren.
Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de eerste helft van de maand maart kletsnat is verlopen: in Ukkel viel 68 mm in deze periode, al meer dan het langjarig gemiddelde van een hele maart maand (59,3 mm).
Rond de 16e en 17e was het tijdelijk stabieler door de hoge druk over Centraal-Europa, maar nadien waren het opnieuw overwegend lagedrukgebieden die het weer bepaalden. Vooral de laatste decade was terug behoorlijk nat met in Ukkel 53,8 mm neerslag (waarvan 27,3 mm op de laatste 2 dagen). 
De maand april startte zoals maart eindigde, met regen. In Ukkel was deze regendag goed voor 13,8 mm (er viel dus ruim 40 mm van 30 maart t/m 1 april). Ook tijdens de rest van de maand bleven storingen voor neerslag zorgen. Af en toe haalde de hoge druk de bovenhand zodat het enkele dagen droog bleef. Dat was het geval tussen de 2e en de 5e toen een hogedrukgebied over Skandinavië voor een stabilisering van het weer zorgde. Ook tussen de 16e en de 19e zorgde een hogedrukgebied over Skandinavië voor droger weer. De maand april als geheel was natter dan gemiddeld, maar duidelijk minder nat dan de maand maart. 
Ook aan het begin van de maand mei kwam er geen langdurig stabiel weer. De eerste helft van de maand verliep nat. De meeste neerslag viel tussen de 9e en de 12e: in deze 4 opeenvolgende dagen viel te Ukkel 43,9 mm neerslag (terwijl het maandtotaal 48,8 mm was). Op de 9e trok een occlusie doorheen het land van west naar oost. Deze storing trok slechts langzaam door omwille van de hoge druk over Skandinavië waardoor het lange tijd kon regenen en de neerslaghoeveelheden opliepen. In Ukkel viel 17,6 mm neerslag. Op de 10e en 11e werd het onstabiel met soms felle buien en veel neerslag op korte tijd, in de nacht van de 11e op de 12e en deels op de 12e trok een storing van oost naar west doorheen het land. Het dagtotaal was 28,4 mm op de 10e in Koersel en 23,3 mm op de 11e in Gembloers)
Vanaf rond half mei brak een droogteperiode aan die ruim een maand zou aanhouden. Het weer werd in die periode vrijwel permanent bepaald door hogedrukgebieden zodat neerslagzones niet of nauwelijks tot over onze streken konden doordringen. In Ukkel viel geen meetbare neerslag tussen 16 mei en 16 juni (32 opeenvolgende dagen). Sinds het begin van de meetreeks in Brussel-Ukkel (in 1892) was dit de tweede langste waargenomen droogteperiode, in het voorjaar van 2007 bleef het in Ukkel volledig droog tussen 31 maart en 5 mei (36 opeenvolgende dagen). 
Niet alleen in het centrum van het land, maar ook in de meeste andere streken viel na 16 mei weinig of geen neerslag meer (in Ransberg bleef het droog van 13 mei t/m 17 juni: 36 dagen). In sommige streken viel toch enige neerslag: zo trokken op 11 juni in de loop van de dag een aantal regen- en onweersbuien over delen van de provincies Henegouwen, Oost- en West-Vlaanderen (onstabiliteit verbonden aan een thermisch lagedrukgebied over Frankrijk). Ze gaven geen aanleiding tot bijzonder grote neerslaghoeveelheden: in Melle viel 3,1 mm neerslag, in Beitem 4,6 mm en in Assebroek en Lichtervelde zo'n 7 mm. 
We merken nog op dat de droogteperiode voorafgegaan werd door een behoorlijk natte periode (vrij natte lente).
Tijdens de weerkundige zomer (juni, juli, augustus) viel in Ukkel 279,5 mm neerslag (ref. periode 1991-2020: 234,2 mm): juni gaf slechts 40,5 mm neerslag, de natte maanden juli en augustus leverden respectievelijk 131,1 mm en 107,9 mm op. 
Zoals reeds gezegd bleeft het de eerste helft van juni zo goed als droog. 
Kort na half juni verdween de hogedrukinvloed geleidelijk aan en werd een lagedrukgebied ten westen van onze streken van belang voor ons weer: op de 17e was er meer bewolking met hier en daar wat lichte neerslag. In Ukkel viel slechts een weinig neerslag (0,1 mm) maar dit was voldoende om een officieel einde te maken aan de droogteperiode. Tijdens de dagen die volgden was het onweerachtig met lokaal intense buien. Op de 20e werden grote dagsommen waargenomen in het zuiden van West-Vlaanderen: 73,1 mm in Komen en 62,2 mm in Geluwe, ook verder landinwaarts was er lokaal felle neerslag. Op de 22e bracht een golvende storing die vanuit Frankrijk ons land binnentrok veel neerslag in de oostelijke landshelft: in Battice werd 74,6 mm gemeten, in Lauw (Tongeren) 66,8 mm, in Dourbes 64,8 mm en in Bièrset 61 mm. Ook het centrum van het land werd - in mindere mate - beïnvloed door deze storing (Ukkel: 20,5 mm) terwijl het in het uiterste westen vrijwel droog bleef. Eind juni en begin juli was het eerder licht wisselvallig, vanaf 8 juli was het dan wel enkele dagen erg warm, een lagedrukgebied ten westen van ons zorgde ook voor de nodige onstabiliteit: op de 8e en 9e ontstonden lokaal onweersbuien zonder grote neerslaghoeveelheden. Ook tijdens de tweede decade bleef het enigszins wisselvallig, maar het is pas in de derde decade van juli dat het sterk wisselvallig werd: de straalstroom lag vrij zuidelijk en stuurde aanhoudend lagedrukgebieden met bijbehorende storingen over ons land die soms zeer actief waren. Tijdens de derde decade viel in Ukkel 91,4 mm neerslag (langjarig gemiddelde: 27,7 mm). Ook begin augustus hield dit weertype nog aan. Tussen 8 juli en 6 augustus (30 opeenvolgende dagen) werden aanzienlijke neerslaghoeveelheden gemeten: in Ukkel viel in deze periode 177,1 mm (langjarig gemiddelde: 66,7 mm). We moeten slechts 2 jaar teruggaan om over diezelfde periode een hogere waarde terug te vinden: 178,9 mm in 2021 (de zomer van de catastrofale overstromingen in delen van Wallonië). Het hoogste neerslagtotaal over de periode 8 juli - 6 augustus werd in Ukkel waargenomen in 1942 met 190,4 mm neerslag. Na de 10e werd het minder wisselvallig, maar vermeldenswaardig zijn nog de grote dagsommen die waargenomen werden op de 25e. Aan de voorzijde van een koufront bevond ons land zich in warme onstabiele lucht met zeer intense neerslag in een deel van het land (Franse grens - Waals-Brabant - zuiden van de provincie Limburg). Zo noteerde het KMI in Hélécine 54,5 mm in een periode van 6 uur, in Waver werd 20 mm in 10 minuten gemeten. 

 

30 juli 2023: herfstweer in een sombere en natte laatste decade van juli
Foto: webcam Meteo België Schaarbeek

Na de lente en de zomer was ook de weerkundige herfst nat: in Ukkel was het neerslagtotaal 283,7 mm (ref. periode 1991-2020: 209,3 mm). De neerslag was wel erg ongelijk verdeeld over het seizoen: een vrij droge eerste helft werd gevolgd door een kletsnatte tweede helft. In de periode 1 september - 15 oktober noteerde men 81 mm neerslag in Ukkel (gemiddeld: 101,6 mm) terwijl de periode 16 oktober - 30 november goed was voor 202,6 mm (gemiddeld: 107,9 mm). Het neerslagtotaal voor de herfst lag gevoelig hoger in het westen van het land. Zo viel in Assebroek (Brugge) over de 3 herfstmaanden 438,4 mm neerslag. In Beerst (Diksmuide), in de Westhoek, was het totaal nog hoger met maar liefst 484,8 mm neerslag!
In september viel in Ukkel in totaal 64,3 mm wat overeenkomt met het langjarig gemiddelde
(ref. periode 1991-2020: 65,3 mm). Het gros van de neerslag viel echter op een beperkt aantal dagen.
Op de eerste van de maand zorgde een actieve storing (warmtefront) voor regen van betekenis: in Ukkel viel 26 mm neerslag, waarvan zo'n 20 mm op enkele uren tijd (tussen 9 en 11 uur). In Melsbroek leverde de eerste dag van de weerkundige herfst 36 mm neerslag op, in Passendale 30,6 mm en in Beitem 31,8 mm, in Dilbeek werd 54,2 mm gemeten.
Nadien bleef het onder hogedrukinvloed voor een langere periode droog, 
Op de 21e trok een actieve storing doorheen ons land met behoorlijk wat neerslag. We kwamen vervolgens in koele onstabiele lucht terecht met buien (occlusie), op de 22e trokken 's avonds onweersbuien over de kuststreek met regen en hagel. op de 21e en 22e viel in totaal 32,4 mm neerslag in Ukkel. 
Op 1, 21 en 22 september bedroeg het neerslagtotaal in Ukkel 58,4 mm, ruim 90 % van het maandtotaal viel dus op slechts enkele dagen. Het is een trend die we de laatste jaren wel vaker vaststellen.
Begin oktober zette het overwegend stabiel weer van de maand september zich door. De eerste 10 dagen van de maand leverden dan ook weinig of geen neerslag op (op de 3e viel er wat neerslag bij de passage van een koufront). Vanaf de 11e/12e werd het wisselvalliger, een actief koufront trok doorheen het land in de nacht van de 13e op de 14e.
Na de doortocht van deze storing volgden in de polaire lucht nog een aantal buien op de 14e en de 15e. 
Vanaf de 18e kwam de herfst helemaal op gang: depressies met hieraan verbonden storingen trokken doorheen het land waardoor er gedurende de rest van de maand vrijwel iedere dag neerslag viel, soms behoorlijk wat. Vooral op de 20e viel in een aantal streken neerslag van betekenis (ons land bevond zich in de overgangszone tussen zachte lucht ten zuiden van onze streken en gevoelig koelere lucht in het noorden): in Retie noteerde men 33 mm, in Koersel 26 mm en in Elsenborn 25 mm. 
Het neerslagtotaal van oktober bedroeg in Ukkel 87,2 mm (ref. periode 1991-2020: 67,8 mm) waarvan ongeveer 70 mm viel in de laatste 14 dagen van de maand. 
Het kletsnatte herfstweer kende een vervolg in de eerste helft van november en gaf aanleiding tot wateroverlast in het Ijzerbekken (Roesbrugge, Stavele, Lo-Reninge). Ook in het noorden van Frankrijk viel bijzonder veel neerslag (onder andere in het departement Pas-de-Calais), dat water komt gedeeltelijk in de Ijzer terecht en moet via ons land afgevoerd worden naar zee. Op de 14e trok een actieve golvende regenzone over ons land met gedurende een aantal uren vrij intense regenval: In vele streken viel 20 mm tot meer dan 30 mm neerslag (het was vooral de westelijke landshelft die alweer de grootste neerslaghoeveelheden te verwerken kreeg: In Passendale 30,2 mm, in Assebroek 29 mm, in Beitem 26,9 mm en in Semmerzake 26,1 mm). Ook op de 13e beÏnvloedden actieve neerslagzones reeds het weer in ons land. De wateroverlast breidde zich midden november dan ook uit naar andere delen van de provincie West-Vlaanderen en naar andere provincies (voornamelijk Oost-Vlaanderen). Na een droger intermezzo op de 15e trokken de dagen nadien opnieuw neerslagzones doorheen ons land. 
In de provincie West-Vlaanderen noteerde men belangrijke neerslagcumuls over een periode van 30 dagen: het neerslagtotaal over de periode 20 oktober - 18 november bereikte in in Poperinge 310 mm en in Beerst (Diksmuide) 306 mm. Deze hoeveelheden komen overeen met bijna 4 keer het langjarig gemiddelde voor een doorsnee herfstmaand in die streek (80 - 90 mm). Ter vergelijking: in Ukkel viel over dezelfde periode 142 mm neerslag. Het is klassiek dat het in de najaarsmaanden meer regent in de gebieden dicht bij de kust: stilaan koudere bovenluchten in combinatie met warm zeewater (het zeewater is op zijn warmst aan het begin van de herfst en koelt slechts langzaam af) zorgen voor een relatief groot verticaal temperatuurcontrast wat buien in de hand werkt. Daarbovenop speelt ook kustconvergentie een rol. Toch mogen we besluiten dat de vastgestelde neerslagverschillen tussen de kust en het centrum van het land het voorbije najaar bijzonder groot waren, de hoeveelheden gemeten in de Westhoek zijn extreem hoog en verklaren uiteraard de overstromingen.
Na half november werd het geleidelijk aan wat minder nat. Dit kon niet beletten dat de maand november kletsnat werd: in Ukkel viel in november 132,2 mm neerslag (ref. periode 1991-2020: 76,2 mm). In het westen van het land (zeker in het zuiden van West-Vlaanderen) was het een stuk natter dan in Ukkel. Zo viel in Beerst (Diksmuide) in november maar liefst 274,8 mm neerslag (gemiddeld: 97,4 mm). Sinds het begin van de metingen op die plaats in 1951 was november nooit eerder zo nat (vorig record: 198,3 mm in november 1991). Meer nog: het was de natste kalendermaand sinds 1951 (vorig record: 240,1 mm in september 2001).

Ook tijdens een groot deel van de maand december bepaalden (actieve) lagedrukgebieden het weer met geregeld neerslag. Enkel tijdens de eerste dagen van de maand en in het midden van de maand was het tijdelijk droger. Vanaf de 14e kregen we voor enkele dagen te maken met hogedrukinvloeden: op de 14e ging het om een wig van hoge druk, maar op de 15e beïnvloedde een hogedrukgebied met kern over de noordelijke helft van Frankrijk het weer. Lagedrukgebieden met bijbehorende neerslagzones bleven dan ook grotendeels ten noorden van onze streken. Het betrof slechts een tijdelijke adempauze: vanaf de 19e was de hogedrukinvloed verdwenen en vonden regenzones de weg terug naar ons land: op de 19e trok meteen een actieve storing doorheen ons land met op veel plaatsen tussen 10 mm en 20 mm (Ukkel: 14 mm). Ook tijdens de laatste decade regende het soms behoorlijk wat: zo viel in Ukkel op de 24 en 25e 32 mm binnen 48 uur. Als gevolg van de aanhoudende regenval kwam het niveau van sommige waterlopen in Wallonië erg hoog te staan, dat was onder andere zo voor de Vesder, de Ourthe, de Amblève en de Our. Ernstige overlast bleef echter uit. Het jaar eindigede dus met nog maar eens een natte maand: in Ukkel viel 102,2 mm neerslag (ref. perode 1991-2020: 87,4 mm), het was de vijfde maand in 2023 met meer dan 100 mm op deze plaats. 

Bekijken we de neerslagcumuls over de laatste 3 maanden van 2023 dan stellen we vast dat het vooral in delen van het westen van het land en in delen van Limburg flink meer geregend heeft dan normaal: 450 mm tot 550 mm (hetzij tot zo'n 2,5 keer wat er gemiddeld viel in de periode 1991-2020 over die 3 maanden). Tussen 11 oktober en eind december (het regende immers niet in de eerste dagen van oktober) viel in Assebroek 493,2 mm en in Beerst 548,6 mm regen. Ter vergelijking: in Ukkel viel in dezelfde periode 321,6 mm. 

 

  7 november 2023: Stavele (Alveringem) - Aanhoudende regenval sinds midden oktober gaf aanleiding tot overstromingen in de Westhoek (Ijzerbekken)
Foto: Ruben Peelman

De neerslagfrequentie was hoger dan gemiddeld in 2023: het aantal dagen met meetbare neerslag (>= 0,1 mm) was te Ukkel 207 (ref. periode 1991-2020: 190 d). 

De vrij natte maand januari had een hoog aantal neerslagdagen: in Ukkel viel neerslag op 24 dagen (ref. periode 1991-2020: 18,9 d).

Ondanks het feit dat februari zeer droog was, waren er toch nog 12 neerslagdagen (ref. periode 1991-2020: 16,9 d). Op de meeste dagen met neerslag waren de hoeveelheden echter zeer beperkt (hogedrukinvloed).  

Tijdens de weerkundige lente kregen we in Ukkel 51 dagen met meetbare neerslag (ref. periode 1991-2020: 43,5 dagen). De neerslagfrequentie was hoog tijdens de maanden maart en april met respectievelijk 24 en 19 neerslagdagen (ref. periode 1991-2020: 15,7 d en 13,1 d). Er waren 11 opeenvolgende neerslagdagen van 5 t/m 15 maart. In de maand mei waren er slechts 8 dagen met meetbare neerslag (ref. periode 1991-2020: 14,7 d). Opvallend is dat er in mei enkel neerslag viel in de eerste helft van de maand, vanaf de 16e bleef het volledig droog.

Tijdens de zomer regende het op 45 dagen in Ukkel (ref. periode 1991-2020: 42,6 d). Tijdens de eerste 16 dagen van juni viel geen neerslag in Ukkel (aanhouden van de droogteperiode die van start ging rond half mei). De tweede helft van de maand juni leverde in Ukkel 7 dagen met neerslag op (ref. periode 1991-2020 voor een ganse maand juni: 14,1 d). Tijdens de maanden juli en augustus regende het op respectievelijk 21 en 17 dagen (ref. periode 1991-2020: 14,3 d en 14,3 d). In de erg regenachtige periode van 23 juli t/m 9 augustus (18 opeenvolgende dagen) waren er slechts 2 dagen zonder neerslag in Ukkel. 

In de herfst waren er 52 neerslagdagen (ref. periode 1991-2020: 48,5 d). In september waren er slechts 8 dagen met meetbare neerslag, overwegend in de tweede helft van de maand; In oktober regende het op 18 dagen (vanaf de 12e van de maand), tussen de 18e en het einde van de maand viel iedere dag neerslag. Ook in november was de neerslagfrequentie hoog met 26 neerslagdagen, enkel op de 7e, de 15e, de 22e en de 30e viel geen neerslag in Ukkel.  

In december viel neerslag op 23 dagen (ref. periode 1991-2020: 19,4 d).

De langste periode zonder neerslag deed zich in Ukkel voor tussen 16 mei en 16 juni (32 opeenvolgende dagen: zie hoger). Er was nog 1 periode van minstens 10 opeenvolgende dagen zonder neerslag in Ukkel: van 2 t/m 11 september (precies 10 opeenvolgende dagen).

In Ukkel was de neerslag geheel of gedeeltelijk vergezeld van sneeuw gedurende amper 5 dagen in 2023 (ref. periode 1991-2020: 16,9 d): 19 en 20 januari, 8 en 14 maart en
3 december. 
Voor de eerste sneeuw van 2023 was het wachten tot rond half januari. er kwam een flinke afkoeling en de neerslag werd stilaan winters waarbij de sneeuwlaag kon aandikken in Hoog-België, op de Hoge Venen bereikte de sneeuwdikte uiteindelijk tot bijna 30 cm op de 20e en 21e. Ook in Laag- en Midden-België vielen winterse buien met (smeltende) sneeuw. In Ukkel gaf dit aanleiding tot een dun sneeuwdek in de ochtend van de 20e met 2 cm. Elders werden lokaal grotere sneeuwdiktes bereikt, zelfs tot plaatselijk zo'n 10 cm in het noordoosten van het land. In de Hoge Venen bleef de sneeuw aanwezig tot begin februari, zij het dat de sneeuwdikte geleidelijk aan afnam, bij de maandwissel naar februari lag er nog zo'n 15 cm, tegen de 3e februari was de sneeuw nagenoeg verdwenen. Nieuwe sneeuwval van betekenis in de loop van februari bleef uit, slechts een paar keer werden sneeuwsporen waargenomen (zoals hoger vermeld viel er erg weinig neerslag in februari).
De volgende sneeuw van betekenis kwam er in de eerste 10 dagen van maart. in de ochtend van de 8e lag op verschillende plaatsen in het land tussen 2 en 5 cm sneeuw (Ukkel: 3,5 cm), in Hoog-België lag meer sneeuw, tot 28 cm in Mont-Rigi. In de loop van de 8e verdween de sneeuw praktsich overal (door gevoelig zachtere lucht uit het zuiden), enkel in de hoogste delen van het land duurde het afsmelten wat langer: op de 9e lag er nog tot 14 cm, tegen de 10e bleef er nog weinig sneeuw over.Tijdens de dagen die volgden varieerde de sneeuwdikte in Hoog-België van dag tot dag (we kwamen afwisselend in zachte en koudere luchtmassa's terecht): op de 11e lag er weer enkele centimeter sneeuw, die de 12e alweer verdwenen was. Van de 14e tot de 16e was het opniieuw kouder met de vorming van een sneeuwdek, tot zo'n 15 cm in de Hoge Venen.
Aan het einde van de maand maart leverden voorjaarsbuien in polaire lucht nog wat sneeuw op in Hoog-België met tijdelijk een dun sneeuwdekje.
Op 20 april viel de neerslag gedeeltelijk onder de vorm van sneeuw met tijdelijk wat sneeuwsporen in Hoog-België. Dit was meteen de laatste dag met sneeuw dit voorjaar.
Op 9 november viel de eerste sneeuw van het najaar in Hoog-België in de omgeving van Baraque Fraiture.
Meer algemeen viel de eerste sneeuw in Hoog-België in de loop van de 24e november. Na de doortocht van een koufront in de nacht van de 23e op 24e kwamen we in maritiem polaire lucht terecht zodat de buien in de namiddag van de 24e winters werden in Hoog-België met vanaf de vooravond de vorming van een dun sneeuwdekje in de hoogste delen. Ook de daaropvolgende nacht en op de 25e vielen nog sneeuwbuien in Hoog-België, uiteindelijk kwam er in de Hoge Venen en de Oostkantons tussen 5 cm en 10 cm sneeuw te liggen op de 25e. Doordat de temperaturen postief werden overdag en doordat het niet flink gevroren had voordien, verdween de sneeuw grotendeels in de loop van de 26e. Op de 27e bracht een storing echter opnieuw sneeuw van betekenis in Hoog-België (in een ruimer gebied deze keer), in de Hoge Venen en de Oostkantons lag lokaal tot zo'n 15 cm sneeuw. Dit sneeuwdek bleef meerdere dagen intact, af en toe viel er nog sneeuw bij in de laatste dagen van november (soms enkele centimeter). De maximale dikte werd op de 30e bereikt in Mont-Rigi met
18 cm
Begin december breidde de winterse neerslag zich ook tijdelijk uit naar Laag- en Midden-België: in de voormiddag van de 2e waren er sneeuwbuien in de kuststreek met de vorming van een tijdelijk sneeuwdekje. In de loop van de 3e trok een neerslagzone met (smeltende) sneeuw doorheen het land, op de meeste plaatsen gaf dit aanleiding tot een dun sneeuwdekje (over het algemeen enkele centimeter sneeuw). In de lage streken verdween de sneeuw op de 4e, in Hoog-België hield het sneeuwdek goed stand (ongeveer 17 cm in Mont-Rigi), al was er tijdelijk dooi in de nacht van de 4e op de 5e en op de 5e. Tegen de avond van de 5e viel opnieuw wat sneeuw. In de loop van de 8e en de 9e kwam er ook in de Hoge Venen en de Oostkantons algemene dooi aangezien de temperaturen ook daar (ruim) boven het vriespunt uitkwamen. Door het zachte weer bleef nieuwe sneeuwval uit in de laatste weken van het jaar. 


  4. De zonneschijnduur

Het afgelopen jaar was de totale zonneschijnduur volkomen normaal: in Ukkel registreerde men in totaal 1.610,3 uur zon (ref. periode 1991-2020: 1.603,7 uur).
De zonnigste maanden waren mei, juni en september. 

Het jaar ging eerder somber van start: In januari scheen de zon in Ukkel 32,6 uur
 (ref. periode 1991-2020: 59,1 uur): 
De maand februari verliep iets zonniger dan gemiddeld met 81,3 uur zon in Ukkel (ref. periode 1991-2020: 72,9 uur zon): We kregen geregeld te maken met hardnekkige nevel en mist in de Laag- en Midden-België terwijl er meer zon was in Hoog-België. In Ukkel waren er 10 zonloze dagen (waarvan 6 opeenvolgende van de 18e t/m de 23e). Tijdens de laatste dagen van de weerkundige winter (26-28 februari) werd met een zuidoostelijke stroming droge landlucht aangevoerd wat eveneens resulteerde in behoorlijk zonnige dagen (ruim 28 uur zon tijdens deze 3 dagen), dit heeft ertoe geleid dat de totale zonneschijnduur van de maand boven het langjarig gemiddelde getild werd. 

Tijdens de weerkundige lente scheen de zon in Ukkel in totaal 462,7 uur (ref. periode 1991-2020: 495,3 uur). De maanden maart en april waren over het algemeen somberder dan gemiddeld, het tekort was het meest uitgesproken in de maand maart. In de eerste lentemaand scheen de zon in totaal 83,1 uur (ref. periode 1991-2020: 125,8 uur), in april kregen we de zon 149,1 uur te zien (ref. periode 1991-2020: 171,3 uur). De maand mei ging somber van start maar vanaf het midden van de maand brak een langdurige stabiele periode aan met veel zon. De totale zonneschijnduur lag met 230,6 uur zon boven het langjarig gemiddelde (ref. periode 1991-2020: 198,3 uur): net als de maanden maart en april was de eerste helft van mei eerder aan de sombere kant met 67,4 uur zon, de tweede helft daarentegen (16-31 mei) gaf 163,2 uur zon. 
 
De weerkundige zomer was globaal genomen erg zonnig met 674,7 uur zon te Ukkel (ref. periode 1991-2020: 594,9 uur). 
Het zonnig karakter van de zomer is toe te schrijven aan de recordzonnige maand juni: die maand gaf 307,8 uur zon te Ukkel (ref. periode 1991-2020: 199,3 uur) en was hiermee de zonnigste sinds de start van de metingen van de zonneschijnduur in 1887. Het vorig record dateert uit juni 1976 met 302,3 uur zon. Vooral de eerste decade van juni was uitgesproken zonnig met 126,3 uur zon. Ook dit is een nieuw absoluut record voor de eerste decade van juni (vorig record: 104,3 uur in de eerste 10 dagen van juni 1997).
De maanden juli en augustus kenden beide een licht tekort van de zonneschijnduur: in deze maanden scheen de zon respectievelijk 185,9 uur en 181,4 uur (ref. periode 1991-2020: respectievelijk 203,2 uur en 192,4 uur). Vooral in de sterk wisselvallige periode eind juli - begin augustus liet de zon het geregeld afweten: over de periode 21 juli - 10 augustus (21 opeenvolgende dagen) scheen de zon in Ukkel 83,4 uur. 

De herfst kende een normale zonneschijnduur met in totaal 339,1 uur zon (ref. periode 1991-2020: 332,9 uur), met wel een duidelijke tweedeling tussen de eerste en de tweede helft van het seizoen: in de periode 1 september - 15 oktober scheen de zon in totaal 270,1 uur (gemiddeld: 208,6 uur) terwijl we het in de periode 16 oktober - 30 november moesten stellen met 68,9 uur zon (gemiddeld: 118 uur).
September was zeer zonnig met 194,1 uur zon (ref. periode 1991-2020: 154,5 uur), vooral in de zeer stabiele periode tussen de 3e en de 10e (8 opeenvolgende dagen) scheen de zon uitbundig met 84 uur zon. In oktober lag de zonneschijnduur met 106,5 uur rond het langjarig gemiddelde (ref. periode 1991-2020: 112,6 uur) maar met vrij grote verschillen tussen het begin en het einde van de maand. Tijdens de eerste helft van de maand bleef het weer meestal stabiel waarbij we de zon geregeld te zien kregen (76 uur zon in totaal). Na half oktober werden de condities wisselvalliger, was het weer vaak verstoord zodat de tweede helft van de maand slechts 30,5 uur zon opleverde.
De maand november verliep somber met amper 37,3 uur zon in Ukkel (ref. periode 1991-2020: 65,8 uur). 

Ook in de laatste maand van het jaar bleef het weer een somber karakter behouden: december leverde amper 20 uur zon op in Ukkel (ref. periode 1991-2020: 48,6 uur). Het was praktisch de ganse maand zeer somber, slechts op een paar dagen liet de zon zich wat vaker zien: de 2e leverde 5,8 uur zon op in Ukkel, ook de 17e verliep vrij zonnig met 5 uur zon. 


16 september 2023: visser in actie op het strand van Bredene, bij zonsondergang
Foto: Alexis Papapanayotou

605 bezoekers online

Wie zijn wij ?

In het kielzog van MeteoBelgique zag MeteoBelgië een paar jaar later in 2006 het levenslicht. MeteoBelgië heeft kunnen profiteren van het groeiproces en de vermaardheid van zijn grote broer om aan de Nederlandstalige gemeenschap van ons land een betrouwbare website voor te stellen op het gebied van weersvoorspellingen, klimaatanalyses en realtime waarnemingen.

Volg ons

FacebookTwitter