Waarschuwingen
WaarschuwingenWaarschuwingen

Analyse van het jaar 2025 : Zeer Warm en erg droog !

Het jaar 2025 was in Ukkel zeer warm, zonnig en erg droog.  

  2025 Normalen
1991-2020
Record + Record -

Temperatuur
(°C)

 12,0

(+1,0)

11,0 12,2 
(2022)
7,0 
(1879)

Zonneschijn
-duur (uren)

1.841

(+ 237.4)

1.603,7 2.151,0 
(1959)
 1.238,6 
(1981)

Neerslag
(mm en
 dagen)

620,6
(145 d) 

(- 216.5)
(- 55 d)

837,1  
(190 d)
1.170,7
(2024)
266 d
(1974)

406,4 
(1921)
142 d
(2018)

 

{source}

 1. Luchttemperaturen

2025 was met een gemiddelde temperatuur van 12 °C in Ukkel het vierde warmste jaar sinds het begin van de meetreeks in 1833, een gedeelde plaats met 2014 (ref. periode 1991-2020: 11 °C), De warmste jaren blijven 2020 en 2022 met een gemiddelde temperatuur van 12,2 °C, gevolgd door 2023 met een gemiddelde temperatuur van 12,1 °C. 
De gemiddelde maximum- en minimumtemperatuur bedroeg in 2025 respectievelijk 15,9 °C en 8 °C. (ref. periode 1991-2020: 14,7 °C en 7,3 °C). 
Uit tabel 1 leiden we af dat praktisch alle kalendermaanden warmer verlopen zijn dan gemiddeld, vooral juni sprong er dit jaar uit met een temperatuurafwijking van meer dan 2,5 °C. Enkel de maand januari was wat kouder dan gemiddeld.

Het jaar ging vrij zacht van start maar na de doortocht van een koufront in de nacht van de 1e op de 2e kwamen we voor enkele dagen in polaire lucht terecht met vrij fris weer en lichte nachtvorst op de meeste plaatsen.  
Tijdens de nacht van de 4e op de 5e en op de 5e in de voormiddag trok een warmtefront verbonden aan een diepe depressie ten zuiden van Ierland doorheen het land, dit ging gepaard met een spectacuaire temperatuurstijging. Zo steeg de temperatuur op het KMI in Ukkel van 0,9 °C om 7 uur naar 11 °C om 11 uur. Ook in de nacht van de 5e op de 6e en deels op de 6e overdag vertoefden we nog in zeer zachte lucht (het minimum in de nacht van 5 op 6 januari bedroeg 10,2 °C in Ukkel). Naarmate de genoemde depressie doortrok naar de Noordzee en vervolgens naar het zuiden van Skandinavië kwamen wij opnieuw in gevoelig koudere lucht terecht, in de namiddag van de 6e zette de temperatuurdaling in. De dagen nadien lagen de temperaturen enkele graden onder het langjarig gemiddelde. In de loop van de 8e bereikte zeer zachte lucht tijdelijk het zuiden van het land waardoor de maxima van de 8e daar vrij hoog uitvielen: 8 °C tot 10 °C in het uiterste zuiden van het land, elders meestal tussen 3 °C en 5 °C. 
Vanaf de 10e kwamen we geleidelijk aan onder hogedrukinvloed en dat zou gedurende een groot deel van de tweede januaridecade zo blijven. We hadden te maken met een subsidentie-inversie met veel vochtigheid in de onderste luchtlagen en een vrij koud weertype. De dagtemperaturen varieerden nogal van streek tot streek afhankelijk van de opklaringen: de temperaturen bleven op de 11e licht negatief in de streken met hardnekkige mist of lage bewolkking (maximum in Ukkel bijvoorbeeld -0,6 °C) terwijl in de opklaringsgebieden 6 °C à 7 °C werd gehaald (6 °C in Beitem, 6,7 °C in Koksijde). 
Op een aantal dagen tijdens de tweede decade lagen de maxima hoger in Hoog-België dan in de lage streken: tussen de 17e en de 20e bleven de temperaturen in Ukkel vaak licht negatief overdag terwijl het maximum in Mont Rigi respectievelijk 7,7 °C, 5,2 °C, 8,1 °C en 4,6 °C bereikte. Dit is te verklaren door het uitgesproken zonnig weer in de Hoge Venen in die periode (boven de inversie) enerzijds en het grijs weerbeeld met lage bewolking in de lage streken (onder de inversie). 
De nachten in de tweede decade verliepen meestal koud met vorst: in Ukkel was het minimum -4,1 °C op de 14e (op de sneeuwlaag). De 14e was ook elders in het land over het algemeen de koudste ochtend van de periode met op alle plaatsen lichte tot matige vorst, in Elsenborn werd een minimumtemperatuur van -15,3 °C genoteerd (zeer strenge vorst). 

Vanaf de 22e kwamen we onder invloed van een lagedrukgebied en werd de stroming zuidwestelijk waardoor het een stuk zachter werd: in de nacht van de 24e op de 25e steeg de temperatuur tijdelijk tot boven 10 °C (Ukkel: 10,2 °C) en ook op de 27e was het behoorlijk zacht met temperaturen tot 11 °C à 12 °C. De nachtvorst was zeer beperkt.

In de maand februari lagen de temperaturen in de eerste 20 dagen meesttijds rond of onder het langjarig gemiddelde met geregeld nachtvorst. De laagste temperaturen 's nachts werden over het algemeen gemeten op de 18e met minima tussen -3 °C en -5 °C (-4 °C te Ukkel), in Mont Rigi was het minimum -8,5 °C en in Elsenborn -11,6 °C. Een paar keer werd de relatief koele periode onderbroken: zo werd op de 8e aan de voorzijde van een koufront zachte lucht aangevoerd over ons land met temperaturen in het binnenland tot zo'n 12 °C à 13 °C (Ukkel: 12,3 °C). 
Helemaal aan het einde van de tweede decade, op de 20e, kregen we een opstuw van zeer zachte lucht onder invloed van een uitgebreide depressie met kern in de buurt van Ijsland. Na de doortocht van het warmtefront stegen de temperaturen in de loop van de dag naar waarden tot 12 °C à 13 °C, ook tijdens de nacht naar de 21e bleef het zeer zacht (minimum van 10,9 °C in Ukkel). Op de 21e overdag werd het 18 °C à 19 °C op vele plaatsen in het binnenland (Ukkel: 18,2 °C, Deurne: 19,5 °C). Ook de dagen nadien was het behoorlijk zacht, aan het einde van de maand kwam de temperatuur op een wat lager niveau te liggen. 

De weerkundige lente verliep warm: de gemiddelde temperatuur bedroeg in Ukkel 11,8 °C (ref. periode 1991-2020: 10,5 °C) het was de derde warmste in de meetreeks sinds 1833. Het was nog warmer in de lente van 2007 (12,3 °C) en 2011 (12,2 °C). 

Doordat de lente zeer zonnig en kurkdroog was, waren de temperatuuramplitudes groter dan gemiddeld: de gemiddelde maximumtemperatuur was met 16,9 °C bijzonder hoog (ref. periode 1991-2010: 14,7 °C), deze waarde was sinds 1892 slechts 2 keer hoger met 17,3 °C en 17,2 °C in respectievelijk de lentes van 2011 en 2007. Het gemiddeld minimum over de 3 lentemaanden was 6,6 °C, slechts iets boven het langjarig gemiddelde (ref. periode 1991-2020: 6,2 °C). 
De 3 lentemaanden afzonderlijk waren ook warmer dan gemiddeld. 

In de loop van de eerste lentemaand maart kregen we al een paar keer te maken met vrij hoge temperaturen: tussen de 6e en de 9e werd aan de westelijke flank van een hogedrukgebied erg warme lucht uit het zuiden over ons land aangevoerd met maxima tussen 18 °C en 20 °C: in Ukkel bereikte het maximum zowel op de 8e als op de 9e 19,7 °C, elders werd voor het eerst dit jaar plaatselijk de 20 °C bereikt met in Schaffen 20,1 °C en 20,5 °C op respectievelijk de 8e en de 9e.
Ook tussen de 19e en de 21e was het voorjaarsachtig met temperaturen tot tegen 20 °C of iets meer (zuidelijke stroming tussen een hogedrukgebied over Oost-Europa en lagedrukgebieden op de Atlantische Oceaan). In Ukkel werd het op de 21e 20,2 °C waardoor nu ook op het referentiestation van het KMI voor het eerst dit jaar de 20 °C - grens nipt werd overschreden.
Tussen beide periodes in was het koeler, vooral tussen de 11e en de 15e was dat het geval toen maritiem polaire lucht de temperaturen onder controle hield: de maxima bereikten 7 °C à 8 °C in Laag- en Midden-België (2 °C tot 4 °C in de Hoge Venen) en de nachtvorst keerde terug in alle streken. Ook in de eerste dagen van de maand was er nachtvorst met op de 3e een minimum van -1,2 °C in Ukkel en -6,7 °C in Elsenborn.

Tijdens de maand april kregen we vrij warme periodes afgewisseld met een aantal dagen waarop de temperaturen dicht bij het langjarig gemiddelde uitkwamen.
Op de 3e en 4e zorgde een hogedrukgebied tussen Ijsland en Zuid-Skandinavië voor zachte luchtstromingen over onze streken met temperaturen boven 20 °C op veel plaatsen, op de 4e lukte het om zeer lokaal een eerste +25 °C te noteren met 25,2 °C in Buggenhout (KMI). Dit is erg vroeg in het voorjaar hoewel het in het verleden ook al eerder in het voorjaar gelukt is om de zomerse grens te overscrhijden (in 2021 hadden we maxima tussen 23 °C en 25 °C en lokaal meer op 30 en 31 maart). 
Voor Ukkel was het wachten tot 12 april op de eerste zomerse dag van het jaar met 25,3 °C. Dit is voor deze plaats de vroegste zomerse dag die ooit in het voorjaar voorkwam (in 2007 werd het op 13 april 25,6 °C).
De laatste dagen van de maand april vestigde een hogedrukzone zich over een groot deel van Europa met opnieuw stabiel en geleidelijk aan warmer weer in ons land: tussen de 27e en de 30e stegen de temperaturen in Ukkel en op veel andere plaatsen tot boven 20 °C, op de laatste dag van de maand bereikte het maximum 25,9 °C in Ukkel. Aan de kust werd het in de loop van de namiddag frisser doordat de lucht vanover zee kwam.
Vooral in de eerste helft van de maand april kregen we nog enkele koele nachten met lokaal nachtvorst: zo bedroeg het minimum op de 7e +2 °C in Ukkel, -1,2 °C in Kleine Brogel en -5,2 °C in Elsenborn, op de 11e lag het minimum op vele plaatsen rond het vriespunt en daalde de temperatuur in Elsenborn tot -3,9 °C. 

Ook in de maand mei zagen we een afwisseling van warme periodes en periodes met eerder normale temperaturen voor de tijd van het jaar.
De warme periode die ingezet was eind april kende nog een vervolg in de eerste dagen van mei: droge continentale lucht deed de temperaturen oplopen tot zomerse waarden van 27 °C à 28 °C. Een tweede vrij warme (en bovendien zeer zonnige) periode kregen we tussen 10 en 14 mei met temperaturen die opnieuw tot tegen 25 °C of wat meer opliepen (Ukkel: 25,2 °C op de 11e). Aan het einde van de maand warmde het nogmaals flink op toen wij ons in de warme sector van een depressie bevonden, de temperaturen kwamen boven 25 °C uit.
Tussen de 22e en 24e kregen we in een noordwestelijke stroming enkele eerder koele dagen met maxima rond 15 °C à 16 °C (11 °C tot 12 °C in de hoogste delen van het land) en met vooral behoorlijk frisse nachten: In Ukkel was het minimum op de 23e 3,5 °C, in Elsenborn was dat op de 23e en de 24e respectievelijk -1,6 °C en -1,8 °C. 

26 mei 2025: opklaringen tussen 2 buien door en prachtige cumuliforme bewolking in Botrange.
Foto: Alexis Papapanayotou

We beleefden dit jaar een zeer warme zomer met een gemiddelde temperatuur in Ukkel van 19,3 °C (ref. periode 1991-2020: 17,9 °C). Juni was relatief de warmste met een gemiddelde temperatuur van 19,3 °C (ref. periode 1991-2020: 16,7 °C), maar ook juli en augustus waren met gemiddeld respectievelijk 19,4 °C en 19,3 °C warm (ref. periode 1991-2020: respectievelijk 18,7 °C  en 18,4 °C). 
In de reeks van warme zomers in Brussel-Ukkel sinds 1833 kwam deze zomer op plaats 4 te staan: het was enkel nog warmer in de zomer van 2018 (19,9 °C), 2003 (19,7 °C) en 2022 (19,6 °C). 

De zomer startte eerder wisselvallig: een westelijke stroming zorgde ervoor dat de temperaturen in de eerste decade van juni vrij dicht bij het langjarig gemiddelde lagen (maxima meestal tussen 18 °C en 22 °C in het binnenland). Nadien warmde het snel op en op de 12e en 13e kregen we in een zuidoostelijke stroming al de eerste tropische dagen van het jaar. In Ukkel werd het op de 13e 32,7 °C, in Schaffen (Diest) zelfs 34,1 °C. Op de langste dag van het jaar (21 juni) werd het opnieuw tropisch en in de oostelijke landshelft was dat ook op de 22e het geval met op die dag zelfs 33,6 °C in Bièrset (Luik). Nadien werd het weliswaar wat koeler maar de temperaturen bleven boven het langjarig gemiddelde.
Tijdens de maandwissel juni / juli kregen we te maken met een eerste officiële hittegolf in ons land: van 28 juni t/m 2 juli stegen de temperaturen dagelijks tot boven 25 °C in Ukkel, op 30 juni en op 1 en 2 juli werd het bovendien meer dan 30 °C zodat het criterium voor hittegolf bereikt was.
Vermeldenswaardig zijn bovendien de bijzonder hoge temperaturen die gemeten werden op de eerste 2 dagen van de maand juli. Op het 850 hPa drukniveau (op ruim 1.500 meter hoogte) stegen de temperaturen tot 20 °C à 21 °C boven ons land (20,4 °C op 1.567 m boven Bevekom in de nacht van 1 op 2 juli). We vermelden dit omdat de temperaturen op dit drukniveau (en die hoogte) ons een goed beeld geven van hoe warm de luchtmassa is in de lagere troposfeer. 
Op de 1e juli bereikte het maximum in thermometerhut (gewone waarnemingshoogte van 1,5 meter) in Ukkel 35,9 °C, het was de 13e keer (sinds 1892) dat de temperatuur boven 35 °C uitkwam in Brussel-Ukkel. Elders in het land werden nog hogere waarden gehaald met 37,6 °C in Bièrset, 37,5 °C in Kleine Brogel en Schaffen en 37,2 °C in Diepenbeek. Op de 2e werd het nog bijzonder heet in het oosten van het land: in Kleine Brogel noteerde men nog 37,7 °C en in Diepenbeek zelfs 38,3 °C, in het centrale deel van het land nog 33 °C - 34 °C (Ukkel: 33,3 °C). In de nacht van de 1e op de 2e juli koelde het erg traag af en bleven de temperaturen op meerdere plaatsen boven 20 °C: in Ukkel was het minimum 21,6 °C, in Bièrset (Luik) 22 °C en in Spa 22,4 °C. 
Na de doortocht van een koufront kwamen we op de 3e in polaire lucht terecht met normale temperaturen voor de tijd van het jaar (22 °C - 23 °C in het binnenland), in de nacht naar de 4e koelde het behoorlijk goed af met temperaturen die op veel plaatsen tot onder 10 °C daalden (Retie: 7 °C, Melle: 7,6 °C, Chièvres: 7,9 °C).
Tussen de 6e en de 8e was het eerder koel met maxima die rond of onder 20 °C uitkwamen (in Ukkel bleef het maximum 3 dagen < 20 °C). Daarna brak opnieuw een warmere periode aan, de temperaturen gingen in stijgende lijn wat op de 19e uitmondde in een erg warme dag met temperaturen rond 30 °C of wat hoger (Ukkel: 29,8 °C, Kleine Brogel: 31,9 °C). 
Tijdens de laatste decade van juli bevonden wij ons aan de noordwestelijke flank van het Azorenhogedrukgebied met aanvoer van 'relatief' koele lucht, de maxima lagen dikwijls tussen 21 °C en 23 °C. Van koud weer konden we zeker niet spreken, het maximum steeg in Ukkel dagelijks nog tot boven 20 °C.
De maand augustus ging van start met temperaturen die meestal gesitueerd waren tussen 20 °C en 25 °C, vanaf de 11e kregen we aan de westelijke flank van een hogedrukgebied over Oost-Europa te maken met warme zuidelijke luchtstromingen. Tussen de 10e en de 15e werd het iedere dag meer dan 25 °C in Ukkel, van de 12e t/m de 14e werd het ook tropisch zodat we officieel van een tweede hittegolf konden spreken. De maxima lagen minder hoog dan begin juli maar toch haalden we 33,2 °C in Ukkel op de 12e, in Chièvres werd het op die dag 34,7 °C en in Schaffen en Kleine Brogel 34,2 °C. Ook dit keer bereikte de temperatuur op het drukniveau 850 hPa een goeie 20 °C boven ons land op de 13e (19,8 °C op 1.560 m boven Bevekom in de avond van de 13e). 
De rest van de maand augustus kende een afwisseling van enkele behoorlijk warme dagen en periodes met temperaturen dicht bij het langjarig gemiddelde. Vanaf de 22e kregen we een paar dagen noordelijke luchtstromingen met temperaturen tussen 19 °C en 21 °C en ook tijdens de nacht kon het al eens behoorlijk afkoelen. In de ochtend van de 24e daalden de temperaturen overal in het land (ruim) onder 10 °C: in Ukkel was het minimum 8,4 °C maar op vele andere plaatsen was het kouder met in Melle en Beitem een minimum van 4,9 °C en in Diepenbeek 4,6 °C. In Elsenborn daalde de temperatuur tot 1,4 °C (de daaropvolgende nacht tot 0,5 °C). Op enkele plaatsen in de valleien van het oosten van het land kwam het al tot lichte nachtvorst in de lucht (overigens geen uitzondering).  

29 juli 2025: flinke bui over Brussel te zien vanuit Schaarbeek. In de laatste decade van juli kregen we regelmatig af te rekenen met buien (al dan niet vergezeld van onweer).
Dit gaf soms aanleiding tot wateroverlast. 
Foto: Webcam MeteoBelgië in Schaarbeek


De eerste dagen van september lagen de temperaturen rond het langjarig gemiddelde of net daarboven, op de 7e voerde een zuidoostelijke luchtstroming warme continentale lucht over onze streken aan met als gevolg zeer hoge temperaturen, de tropische grens van 30 °C werd bereikt en overtroffen op veel plaatsen, de hoogste temperaturen waren deze keer voor het westen van het land en de kust: in Oostende was het maximum 31,8 °C, in Lichtervelde zelfs 32,1 °C. In Ukkel werd het 30,3 °C.
Vanaf de 8e schommelden de temperaturen opnieuw het grootste deel van de tijd rond het langjarig gemiddelde (rond 20 °C), de zomerse warmte keerde nog terug op de 19e / 20e: wij bevonden ons in een brede warme sector verbonden aan een lagedrukgebied ten noorden van onze streken. Op de 19e bereikten de temperaturen in de late namiddag 27 °C tot 29 °C (Ukkel: 29,1 °C, Brussel-nationaal en Schaffen: 29,6 °C) en 's avonds koelde het zeer traag af. Meer nog: de nacht van de 19e op de 20e verliep zeer zacht met op sommige plaatsen temperaturen die niet of nauwelijks onder 20 °C uitkwamen: in Ukkel was het minimum 20,1 °C, in Bevekom 20 °C en in Bièrset 19,7 °C.
Vanaf de 21e kwamen we na de doortocht van een koufront in gevoelig frissere lucht terecht, in de namiddag van de 21e bereikten de maxima 14 °C tot 16 °C (een groot verschil met 2 dagen eerder). Hiermee was de toon gezet voor een koelere periode: noordelijke tot oostelijke luchtstromingen tussen een hoogtedepressie over Frankrijk en een anticycloon die zich verplaatste van de Britse Eilanden naar Skandinavië waren hiervoor verantwoordelijk. De temperaturen bleven op een eerder bescheiden niveau t/m de 26e, de koudste dag was over het algemeen de 25e met in Ukkel een maximum van 12,6 °C. In het uiterste zuiden van het land lukte het op enkele dagen niet om 10 °C te halen met op de 24e en 25e temperaturen die rond 8 °C à 9 °C schommelden (het bleef er koeler onder de bewolking en neerslag, verbonden aan de koude put over Frankrijk). 
Tijdens de laatste dagen van de maand liepen de temperaturen terug flink op tot rond 20 °C overdag maar 's nachts koelde het wel af met van de 27e en de 29e minima tussen 4 °C en 7 °C op vele plaatsen (Ukkel: 6,8 °C op de 27e). Op de 28e was het minimum in Elsenborn (Butgenbach) +0,1 °C. 

De maand oktober ging zacht van start met temperaturen tot zo'n 18 °C à 19 °C, op de 4e bereikten we zelfs 16 °C à 17 °C in de ochtenduren toen wij ons in de warme sector van een stormdepressie bevonden, in de loop van de dag ging de temperatuur wel wat naar omlaag. Op de 5e was het tijdelijk iets minder zacht aan de westelijke flank van de genoemde depressie. 
Vanaf de 6e bepaalde een hogedrukgebied ons weer en dit voor meerdere dagen. De kern van de anticycloon lag meestal over de Britse Eilanden wat bij ons vochtige luchtstromingen met zich meebracht en bijgevolg overwegend grijs weer. De temperaturen waren vrij zacht overdag met dikwijls waarden tussen 14 °C en 16 °C. Doordat er vaak veel bewolking was, bleven de nachten zeer zacht: tussen de 7e en de 14e lag het minimum in Ukkel nooit onder 10 °C, tussen de 11e en de 13e zelfs niet onder 13 °C.
In de loop van de 19e verminderde de hogedrukinvloed en nam een oceaandepressie het roer over, maar het zachte weer bleef aanhouden met temperaturen die vaak 15 °C of meer haalden. Na de passage van stormdepressie Benjamin in de loop van de 23e kwamen we aan de achterzijde van het systeem in maritiem polaire lucht terecht.Tussen de 24 en de 27e was het dan ook tijdelijk iets koeler zowel 's nachts als overdag. De maxima haalden toch nog 9 °C tot 12 °C op de meeste plaatsen, op de 26e bleef de temperatuur voor het eerst dit najaar onder 10 °C in Ukkel met een maximum van 9,7 °C (in de Hoge Venen 4 °C à 5 °C).
Naar het einde van de maand gingen de temperaturen in stijgende lijn met waarden tot 14 °C à 15 °C.

Gedurende de eerste helft van november was het aanhoudend (zeer) zacht weer voor de tijd van het jaar. De gemiddelde temperatuur bedroeg in Ukkel over de eerste 15 dagen 12,2 °C. Deze waarde was sinds 1892 slechts 1 keer nog hoger in die periode met 13 °C tussen 1 en 15 november 2015.
Een eerste temperatuurpiek kregen we op de 4e en de 5e met op de 5e waarden tot 18 °C à 19 °C op veel plaatsen, in Ukkel was het maximum 18,6 °C, in Deurne (Antwerpen) zelfs 19,5 °C. Op de 7e bereikten we terug 16 °C tot 18 °C op meerdere plaatsen: in Ukkel bereikte het maximum deze keer 17,3 °C, in Schaffen en Sint-Katelijne-Waver 18,2 °C.
Tijdens de tweede week van november werd het opnieuw bijzonder mild, vooral tussen de 12e en de 15e: tussen een Atlantische depressie en een hogedrukgebied over het Europese continent werd met een zuidelijke stroming bijzonder warme lucht aangevoerd over ons land (op het drukniveau 850 hPa - op zo'n 1.500 meter hoogte - bereikten de temperaturen 11 °C à 12 °C boven ons land, het langjarig gemiddelde bedraagt midden november ongeveer 2 °C op die hoogte). Op gewone waarnemingshoogte (1,5 meter) resulteerde dit in zeer hoge temperaturen (en dit ondanks het feit dat er veel bewolking hing). Op de 13e werd het in het centrum van het land ruim 16 °C (Ukkel: 16,2 °C) maar in het oosten lukte het opnieuw om 17 °C à 18 °C te halen (Diepenbeek en Bièrset: 17,9 °C). Ook de nachten waren zeer mild: zo daalde de temperatuur in de nacht van de 13e op de 14e niet onder 13,8 °C in Ukkel, rond en kort na middernacht was het zelfs 15 °C en iets meer (15,5 °C om 1 uur). 
In de loop van de 15e / 16e naderde gevoelig koudere polaire lucht onze streken, in de loop van de 16e gingen de temperaturen geleidelijk aan omlaag en in de nacht van de 16e op de 17e daalden de temperaturen tijdelijk tot zo'n 2 °C of iets lager onder de opklaringen. Tussen de 17e en de 19e bereikten de maxima zo'n 5 °C tot 7 °C (Ukkel: 5 °C op de 18e) en 's nachts lagen de temperaturen rond of onder het vriespunt. Van de 20e tot de 22e werd het nog wat kouder met maxima onder 5 °C, op de 20e bleef het maximum in Ukkel beperkt tot 2,8 °C. In Hoog-België lagen de maxima tussen de 20e en de 23e rond of net onder het vriespunt.
De nacht van de 21e op de 22e verliep erg koud: in Ukkel bereikte het minimum -3,2 °C, in Diepenbeek -6,1 °C. In Elsenborn werd in de ochtend van de 22e -11,5 °C gemeten (voor de 21e eeuw is dit de laagste waarde gemeten op deze plaats in een novembermaand). Elders in de streek werden nog lagere waarden vastgesteld: zo daalde de temperatuur in Büllingen tot -15,5 °C. 
Een actieve depressie over de Britse Eilanden zorgde in de loop van de 23e voor het verdrijven van de koudste lucht, het werd dan ook stilaan wat zachter, zowel 's nachts als overdag. De nachtvorst keerde niet meer terug in Laag- en Midden-België de rest van de maand behalve plaatselijk op de 27e met minima rond of net onder het vriespunt. 

In december bleef het zachte weer lange tijd aanhouden
. In de loop van de 7e trok een warmtefront doorheen het land, in de avonduren stegen de temperaturen tijdelijk tot zo'n 14 °C. Ook van de 8e t/m de 10e bleef in een brede warme sector zeer zachte oceaanlucht uit het zuiden tot zuidwesten ons weer bepalen met maxima tot 14 °C à 15 °C. In Ukkel bereikte het maximum op de 7e, 8e en 9e respectievelijk 14,2 °C; 14,3 °C en 14,5 °C. Het absoluut maximum voor een decembermaand bedraagt in Ukkel 16,7 °C en werd gemeten op 16 december 1989. Dit neemt niet weg dat de opeenvolging van 3 bijzonder zachte dagen zeer opmerkelijk is, het is de frequentie van deze hoge temperaturen die bijzonder is. Ook de nachten tussen de 7e en de 10e waren zeer mild: in de nacht van de 7e op de 8e kwam de temperatuur niet onder 11,8 °C in Ukkel. Na de 10e kwam er geen verandering in het zachte weer met vooral op de 16e, 18e, 19e nog maar eens zeer zachte temperaturen, er was ook geen nachtvorst in Laag- en Midden-België, in Hoog-België bleef dit zeer beperkt met op de 20e lichte vorst (Elsenborn: -2,4 °C). Op de 21e werd het nog een laatste keer erg zacht, vooral dan in de oostelijke landshelft waar zich meer opklaringen voordeden en waar het föhneffect een rol speelde waardoor de temperatuur heel lokaal tot boven 14 °C uitkwam (elders werd het meestal 10 °C tot 12 °C).
Tussen de 22e en de 24e gingen de temperaturen geleidelijk aan omlaag: we bevonden ons aanvankelijk nog tussen een depressie ten westen van Frankrijk en een hogedrukgebied over Skandinavië, de anticycloon werd echter steeds belangrijker voor ons weer en breidde zich uit richting de Noordzee met aanvoer van koudere landlucht. Op de 23e en 24e haalde het maximum 4 °C à 5 °C, in de loop van de 24e bereikte nog wat koudere lucht ons land zodat het in de nacht van de 24e op de 25e overal in het land vroor met minima tussen -2 °C en -5 °C in Laag- en Midden-België (Ukkel: -4,3 °C) en -7 °C tot -8 °C in Hoog-België. Overdag op de 25e stegen de temperaturen tot rond het vriespunt op vele plaatsen (in Ukkel bleef het maximum met -0,3 °C net negatief). Ook op de 26e en de 27e bleef het vrij koud in de lage streken hoewel de temperaturen toch boven het vriespunt uitkwamen overdag. We hadden te maken met een temperatuursinversie (nacht van 26 op 27 december om 1 uur lokale tijd boven Bevekom: lichte vorst op gewone waarnemingshoogte maar +8,6 °C op een goeie 600 meter hoogte en 6,2 °C op het 850 hPa niveau op 1.592 meter hoogte). Deze inversie vertaalde zich in hogere maximumtemperaturen in Hoog-België in vergelijking met de lage streken. Zo was het maximum op de 26e 5 °C in Elsenborn en 6,5 °C in Spa (in Ukkel 'slechts' 2,1 °C), op de 27e was dat 7,5 °C in Elsenborn en 10,6 °C in Spa (in Ukkel 3,5 °C).
Ook tijdens de nachten zagen we de effecten van de inversie: zo bedroeg het minimum in de ochtend van de 27e -4,3 °C in Melle en -0,3 °C in Mont Rigi. 
De laatste dagen van het jaar bleef het ietwat aan de koele kant met hoogstens 4 °C à 5 °C en lichte nachtvorst. 

Tabel 1 : gemiddelde maandtemperaturen (in °C) te Ukkel in 2025 (TT), de normaalwaarden (NORM : ref. periode 1991-2020) en de afwijking tov de normaalwaarden (δ) - bron: KMI

 2025

TT 

NORM 

δ 

jan 

3

3,7 

-0,7 

feb 

4,4 

4,2 

+0,2 

mrt 

8,3 

7,1

+1,2

apr 

12,3 

10,4 

+1,9

mei 

14,7 

13,9

+0,8 

jun 

19,3 

16,7

+2,6 

jul

19,4  18,7 +0,7

aug

19,3  18,4 +0,9 

sep

 15,6 15,2 +0,4 

okt

12  11,3 +0,7 

nov

8,4  7,2 +1,2

dec

6,3  4,3 +2 

 


 2. Aantal dagen met karakteristieke temperatuur

In Ukkel waren er 112 warme dagen (Max >= 20 °C) het voorbije jaar (ref. periode 1991-2020: 96 d).
De eerste warme dag van het jaar deed zich in Ukkel voor op 21 maart. Het totaal voor de lente was 19 (ref. periode 1991-2020: 15,9 d): 1 in maart, 7 in april en 11 in mei. 
Tijdens de weerkundige zomer waren er 79 warme dagen (ref. periode 1991-2020: 64,6 d): 23 in juni en telkens 28 in juli en augustus. Van de 13 dagen waarop we geen 20 °C haalden in Ukkel, lag het maximum bovendien in 8 gevallen tussen 19 °C en 20 °C.
In de herfst waren er nog 14 warme dagen: ze vielen allemaal in september, de laatste warme dag van het jaar kwam in Ukkel voor op 20 september.

Het aantal zomerse dagen (Max >= 25 °C) bedroeg in Ukkel 47 (ref. periode 1991-2020: 29,9 d): 7 in de lente, 38 in de zomer en 2 in de herfst. 
De eerste zomerse dag van het jaar deed zich in Ukkel al voor op 12 april met 25,3 °C, erg vroeg in het jaar!
Tijdens de weerkundige zomer kregen we in iedere maand meer zomerse dagen dan gemiddeld: telkens 13 in juni en juli en 12 in augustus. 
In de herfst telden we nog 2 zomerse dagen in de maand september, we merken het opvallend hoog maximum op van 29,1 °C gemeten op de 19e. 

Er waren 10 hittedagen in Ukkel (Max >= 30 °C) (ref. periode 1991-2020: 5,3 d): 4 in juni, 2 in juli, 3 in augustus en 1 in september.
We beleefden 2 hittegolven: de eerste deed zich voor tijdens de maandwissel juni/juli en duurde 5 dagen (28 juni - 2 juli), de tweede duurde 6 dagen (10 - 15 augustus). 

Er waren 4 tropische nachten in Ukkel (Min >= 20 °C): in de ochtend van 1 en 2 juli, 14 augustus en 20 september lag het minimum boven 20 °C. Het minimum was op deze data respectievelijk 21,1 °C; 21,6 °C; 21,5 °C en 20,1 °C. Opmerkelijk is vooral het laatst vermelde minimum van 20,1 °C gemeten in de nacht van 19 op 20 september (erg laat in het seizoen). 

11 februari 2025: een storing leverde 5 tot 10 cm sneeuw op in een deel van Vlaanderen (onder andere in Wetteren).
Foto: Koen Vandenbussche

In Ukkel waren er 46 vriesdagen (Min < 0 °C) (Ref. periode 1991-2020: 39,4 d). 

Januari telde 15 vriesdagen, februari 11 en maart 9. 
De laagste temperatuur tijdens het voorjaar was in Ukkel -4 °C, gemeten op 14 januari en 18 februari. 

In het najaar waren er 11 vriesdagen: 3 in november en 8 in december. De absolute minimumtemperatuur van het hele jaar was -4,6 °C gemeten op 26 december. 

In Ukkel waren er 5 winterse dagen (Max < 0 °C) (ref. periode 1991-2020: 6,1 d): het maximum bleef lichtjes negatief op 11, 18, 19 en 20 januari en op 25 december.


 3. De neerslag

Het afgelopen jaar verliep zeer droog: het neerslagtotaal bedroeg in Ukkel 620,6 mm (ref. periode 1991-2020: 837,1 mm), net geen 75% van het langjarig gemiddelde dus. We moeten al terugkeren naar 1976 om een droger jaar terug te vinden in Ukkel, toen was het jaarlijks neerslagtotaal 540 mm. Het neerslagtekort valt des te meer op omdat het jaar voordien (2024) net extreem nat verlopen was met 1.170,7 mm in Ukkel. We blijven evenwel nog ver verwijderd van het droogste jaar uit de reeks: in 1921 was het jaartotaal van de neerslag 406,4 mm.
Het droge jaar 2025 ging nochtans kletsnat van start met in de maand januari dubbel zoveel neerslag dan gemiddeld (de eerste maand was goed voor een kwart van het jaartotaal). Van februari tot en met juni vertoonden de maandelijkse neerslagtotalen systematisch een tekort in Ukkel, vooral tijdens de voorjaarsmaanden was het tekort significant. Juli gaf een normale neerslaghoeveelheid, augustus en september waren terug erg droog. Oktober en november verliepen wat natter dan gemiddeld maar het jaar werd afgesloten met - nog maar eens - een droge maand. In de reeks van droge jaren sinds 1833 in Brussel-Ukkel staat het jaar 2025 op de 14e plaats. 
De jaarlijkse neerslaghoeveeelheid te Ukkel is vanzelfsprekend niet representatief voor het hele land. In sommige streken was het nog droger: in Kapelle-op-den-Bos kwam het jaartotaal uit op 553 mm, in Ransberg viel nagenoeg evenveel met 554,2 mm, in Stabroek noteerde men slechts 506,1 mm. In Mont Rigi (Waimes), nabij het hoogste punt van ons land, noteerde het KMI over het afgelopen jaar 1.245,5 mm. 

2025 kende zoals eerder vermeld een natte start: het neerslagtotaal van de maand januari bedroeg in Ukkel 153,8 mm, dit is een evenaring van het record dat dateert uit 2004 (ref. periode 1991-2020: 75,5 mm). Voor de derde natste januari moeten we terugkeren naar 1995 met 143,6 mm, de vierde en vijfde plaats worden ingenomen door de januarimaanden uit 1938 en 2016 met respectievelijk 137,2 mm en 134,6 mm.
De neerslag was vooral geconcentreerd in de eerste en de derde decade. 
Tijdens de eerste 10 dagen registreerde men reeds 82 mm neerslag in Ukkel
. Vooral depressie Floriane bracht veel regen (en wind) met zich mee. Op de 5e alleen al viel in Ukkel ruim 30 mm neerslag, aanvankelijk was dat op sommige plaatsen tijdelijk wat sneeuw, nadien overgaand in regen. Op de 6e passeerde nog een occlusie, op de 7e vielen een aantal (winterse) buien en in de loop van de 8e bereikte ons een winterse neerslagzone vanuit het zuiden waarbij de neerslag overging in (smeltende) sneeuw. Ook op de 9e viel nog winterse neerslag maar de storing verliet in de loop van de dag ons land via het zuidoosten.
Op de 10e ontwikkelde zich een hogedrukgebied over de Britse Eilanden en deze anticycloon trok de dagen nadien stilaan oostwaarts, Vanaf de 14e werd een nieuwe hogedrukcel met kern over Bretagne van belang voor ons weer en ook dit hogedrukgebied breidde zich uit naar onze streken en vervolgens naar Centraal-Europa. Deze hogedrukcondities resulteerden in een praktisch droge tweede decade: in Ukkel viel tussen de 11e en de 20e amper 0,9 mm neerslag
Vanaf de 22e kwamen we onder invloed van lagedrukgebieden met opnieuw storingen die geregeld neerslag brachten, in Ukkel leverde de derde decade nog eens 70,9 mm neerslag op. Meerdere stormdepressies (waarbij wij weliswaar ontsnapten aan het sterkste windveld) zorgden voor vrij belangrijke neerslaghoeveelheden, wat aanleiding gaf tot een verzadigde bodem en tot verhoogde waterstanden, onder andere in de Dender- en Demervallei veroorzaakte dit overlast.

Tijdens de maandovergang naar februari nam een hogedrukgebied met kern over Duitsland de controle over ons weer over. Dit gaf ons enkele droge en zonnige dagen van de 1e t/m de 3e. De dagen nadien bleef het overwegend droog onder hogedrukinvloed, maar het was wel vochtiger en er was dus meer bewolking (de neerslaghoeveelheden bleven beperkt). Tussen de 9e en de 14e bepaalde een hoogtedepressie ons weer: op de 9e viel af en toe wat lichte neerslag, in het westen en zuidwesten viel meer neerslag. Ook op de 10e viel af en toe wat neerslag (regen of smeltende sneeuw). In de nacht van de 10e op de 11e bracht een occlusie vrij veel neerslag over ons land, deze neerslag viel onder de vorm van sneeuw in een deel van de noordelijke landshelft (delen van de provincies West- en Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant en de uiterste noordrand van Brussel). In Ukkel (in het zuiden van de Brusselse agglomeratie) viel geen sneeuw maar noteerde men over 48 uur (op de 10e en 11e samen) 25,6 mm neerslag, ruim de helft van het maandtotaal.
Vanaf de 13e/14e brak een tweede (grotendeels) droge periode aan die duurde tot de 21e. Enkel in de avond van de 15e en in de daaropvolgende nacht viel wat sneeuw op een aantal plaatsen.
Vanaf de 21e werden de condities opnieuw wisselvalliger en dit bleef zo tot het einde van de maand. Geregeld trokken storingen doorheen het land of vielen er buien, hoewel echt grote neerslaghoeveelheden uitbleven. Op de 25e trok een regenzone voornamelijk over de zuidelijke landshelft, elders kwamen buien voor: in Ukkel was het dagtotaal 8,4 mm. 

Het neerslagtotaal bereikte tijdens de weerkundige lente 54,4 mm in Ukkel (ref. periode 1991-2020: 165,6 mm). Sinds het begin van de metingen in Brussel-Ukkel was enkel het voorjaar van 1893 nog droger met amper 37,6 mm. Zowel de maanden maart, april en mei verliepen droger dan gemiddeld, het neerslagtekort was het meest uitgesproken in maart. In Ukkel was het lentetotaal van de neerslag 33% van de normaalwaarde, in sommige streken nog lager: in grote delen van West-Vlaanderen viel slechts 20% tot 25% van het langjarig gemiddelde: in Assebroek (Brugge) bijvoorbeeld kregen ze over de 3 lentemaanden slechts 38,4 mm neerslag te verwerken. 
In maart werd het weer meesttijds bepaald door hogedrukgebieden met bijzonder weinig neerslag: praktisch nergens overtrof het neerslagtotaal 20% van het langjarig gemiddelde. In de eerste 20 dagen van de maand was het enkel wat wisselvalliger tussen de 10e en de 14e. In die periode noteerde men in Ukkel 1,9 mm neerslag en in Mont Rigi 1,6 mm. De laatste decade van de maand werd ook gekenmerkt door een licht wisselvallig weertype met soms enkele lichte buien of restanten van storingen die een weinig regen opleverden. In de loop van de 28e kwam een storing vanuit het westen ons land binnen, in de avond- en nachtperiode (naar de 29e) trok deze verder oostwaarts. De neerslaghoeveelheden bleven ook deze keer beperkt, hier en daar viel toch net iets meer neerslag met in Ukkel in de avond van de 28e 4,5 mm neerslag.
Het maandelijks neerslagtotaal voor maart bereikte in Ukkel uiteindelijk 7,8 mm (ref. periode 1991-2020: 59,3 mm). Hiermee komt deze maand op de 5e plaats in de reeks van droge maartmaanden in Brussel-Ukkel sinds 1833: de droogste maart dateert uit 2022 (2,2 mm). Verder verliep maart ook droger in 1993 (4,2 mm), 1929 (5,6 mm) en 1854 (6,9 mm). 
Het droge weer kende een vervolg in april: tijdens de eerste 11 dagen was het droog, nadien werd het wisselvalliger. Tijdens de nacht van de 12e op de 13e viel de eerste regen van de maand op de meeste plaatsen, hier en daar tot enkele mm neerslag, nergens grote hoeveelheden (Ukkel 4,7 mm op de 13e). Tussen de 16e en de 18e zorgde een stagnerend front voor vrij veel neerslag over het oosten en zuidoosten van het land met meer dan 30 mm neerslag op veel plaatsen, lokaal zelfs tot zo'n 50 mm. Ook de dagen nadien bleef het wisselvallige weer aanhouden met storingen of buien die doorheen het land trokken, op de 23e en 24e kreeg vooral het centrum en het oosten van ons land met regen te maken (Ukkel: 12,6 mm over deze 2 dagen). Tijdens de laatste week van april kwamen we weer onder hogedrukinvloed.
Enkel op de 13e, de 23e en 24e viel in Ukkel neerslag van enige betekenis in april, goed voor een maandtotaal van precies 20 mm (ref. periode 1991-2020: 46,7 mm).
Het neerslagtotaal over de eerste 2 voorjaarsmaanden maart en april kwam uit op amper 27,8 mm in Ukkel (normaal: 106 mm). Op veel plaatsen in de westelijke landshelft bleef het totaal lager dan 20 mm: in Beerst (Diksmuide) noteerde men 19,5 mm, in Assebroek (Brugge) 15,3 mm. 
In mei bleef de droogte aanhouden en de eerste 20 dagen van de maand brachten geen "gestructureerde" regenval. Het zag er lange tijd naar uit dat we zouden afstevenen op de droogste lente in de meetreeks in Brussel-Ukkel maar tijdens de laatste decade werd het wisselvalliger en vonden depressies en hieraan verbonden storingen de weg terug naar onze streken. De natste dagen waren over het algemeen de 24e en de 27e: op de 24e viel zo'n 5 mm tot 10 mm neerslag (Ukkel: dagtotaal 5,7 mm), op de 27e trok in de namiddag en avond een actieve storing doorheen ons land (Ukkel: dagtotaal 14,3 mm). 
Vermeldenswaardig is wel dat een thermische storing midden in de droge periode een aantal onweerachtige buien opleverde in de avond van 12 mei (in de ruime zuidwestelijke landshelft). Vooral de Vlaamse Ardennen en het Pajottenland kregen de volle laag met intense neerslag en hagel. In het MeteoBelgië weerstation van Herne viel 42 mm neerslag (in Ukkel bleef het droog). In het KMI station van Melle noteerde men 17 mm binnen het uur. 



14 juni 2025: wolken bij zonsondergang in Neder-Over-Heembeek.  
Foto : Philippe Mievis


De weerkundige zomer (juni, juli, augustus) verliep in Ukkel ook droger dan gemiddeld met 130 mm neerslag (ref. periode 1991-2020: 234,2 mm): het tekort was wel minder uitgesproken dan tijdens de lente. Vooral in juni en augustus bleef het duidelijk droger met een neerslagtotaal van respectievelijk 31,6 mm en 17,8 mm (ref. periode 1991-2020: resp. 70,8 mm en 86,5 mm). In juli kregen was het neerslagtotaal voor Ukkel 80,6 mm, dicht bij het langjarig gemiddelde (ref. periode 1991-2020: 76,9 mm).
Ook elders in het land was juli over het algemeen de natste van de 3 zomermaanden. 

Juni (en dus ook de zomer) ging van start met een wisselvallige periode. We kregen in de eerste 10 dagen te maken met een westelijke stroming waarbij storingen geregeld neerslag brachten, de meeste regen viel dan ook in die periode. De eerste decade gaf in Ukkel 20,5 mm neerslag.
Nadien volgde tussen de 11e en de 25e een lang droog tijdvak met weinig of geen neerslag, daarna werd het terug enkele dagen wisselvalliger, vooral op de 25e en de 26e wanneer een thermische depressie vanover Frankrijk ons land beïnvloedde met lokaal felle (onweersbuien): in het zuiden van West-Vlaanderen viel tot plaatselijk zo'n 45 mm neerslag (Menen - Wevelgem). In Ukkel bleef het neerslagtotaal vrij beperkt met 10,8 mm tussen de 25e en de 27e. 

In juli kregen we de eerste regen te verwerken bij het verdrijven van de intense hitte in de loop van de 2e, de neerslag was verbonden aan een convergentielijn en het koufront. Er viel zeker niet overal neerslag van betekenis.
Tussen de 6e en de 8e hadden we te maken met koude bovenluchten gelinkt aan een depressie aan de oostelijke flank van hogedruk op de Oceaan. In de loop van de 6e trok een storing van west naar oost doorheen het land met overal regen van betekenis. Na de doortocht van de regenzone kwamen we in onstabiele lucht terecht met buien, lokaal zeer intens, zoals bijvoorbeeld in de Vlaamse Ardennen en het Pajottenland waar lokaal tot meer dan 50 mm neerslag viel, in het KMI station van Herne (Pajottegem) mat men 58,9 mm op de 6e. In Ukkel viel op de 6e en 7e samen 35,9 mm neerslag. 
Na een overwegend droge tweede decade diende zich een volgende wisselvallige periode aan rond de 20e juli, deze hield aan tot in de eerste dagen van augustus: er viel geregeld neerslag, dikwijls onder de vorm van buien die af en toe behoorlijk intens waren. Anderzijds kregen we geen verregende dagen en door het buiïg karakter van de neerslag varieerden de hoeveelheden nogal van streek tot streek. 
Op de 23e en 24e deden zich plaatselijk een aantal intense onweersbuien voor. De meest opmerkelijke neerslaghoeveelheden werden gemeten tijdens lokale - weinig mobiele - onweders in de provincies Henegouwen en Namen in de avonduren van 23 juli. In Auvelais (Sambreville) viel daarbij tot ruim 80 mm neerslag in enkele uren tijd (dit komt nagenoeg overeen met het langjarig gemiddelde van een julimaand) waarvan 35 mm in 15 minuten. Deze onweders gaven uiteraard aanleiding tot flinke wateroverlast in Sambreville. Ook op de 24e ontstond er lokaal wateroverlast als gevolg van intense neerslag. 
In de loop van de 27e trok in een noordwestelijke stroming een occlusie doorheen het land met opnieuw felle buien. 
Op het KMI in Ukkel noteerde men van 20 juli tot en met 5 augustus 56,3 mm neerslag, deze hoeveelheid was niet representatief voor het land gezien - zoals reeds vermeld - het buiïg karakter van de neerslag. 
Vanaf de 6e augustus brak een zeer droge periode aan met weinig of geen neerslag die tot ver in de derde decade zou aanhouden. Vanaf de 26e werden depressies opnieuw belangrijker voor ons weer maar grote neerslaghoeveelheden vielen er over het algemeen niet (in Ukkel over de laatste dagen van de maand 3,3 mm neerslag). Op sommige plaatsen viel wel meer neerslag, we vermelden in het bijzonder de 29e: op die dag trok een occlusie over ons land die vooral in het westen enige regen met zich meebracht. In de daaropvolgende nacht (van de 29e op de 30e) vielen een aantal intense buien in het noordwesten van het land en langs de oostkust. Op het KMI-station van De Haan werd een dagtotaal van 45,4 mm gemeten, in Lissewege (Brugge) viel 37 mm neerslag binnen 40 minuten (BMCB). 
De maand augustus was in het algemeen zeer droog met in de meeste streken zo'n 25 % tot 30 % van het langjarig gemiddelde neerslagtotaal, in het uiterste zuiden van het land was het natter. 

 

15 augustus 2025: zonnig weer in Wetteren op de laatste dag van de tweede hittegolf in ons land.
Foto: Koen Vandenbussche

De weerkundige herfst leverde met 201,9 mm een normale hoeveelheid neerslag op in Ukkel (ref. periode 1991-2020: 209,3 mm).  
Dit is het resultaat van een droge septembermaand gevolgd door 2 maanden die wat meer neerslag gaven dan gemiddeld. 

September verliep droger dan gemiddeld in het westen en het centrale deel van het land en zéér nat in de zuidelijke helft van het land (Ardennen, Belgisch Lotharingen).  In Ukkel viel in totaal 29,4 mm verspreid over de maand (ref. periode 1991-2020: 65,3 mm), er werden geen grote daghoeveelheden genoteerd op deze plaats. De eerste, tweede en derde decade van de maand brachten respectievelijk 11,2 mm, 17,1 mm en 1,1 mm neerslag.
Het totaal voor Ukkel was niet representatief voor alle streken, ook in het Brusselse waren er verschillen: zo noteerde men in de nacht van de 14e op de 15e ruim 20 mm in Neder-Over-Heembeek (noorden van de Brusselse agglomeratie) terwijl er in Ukkel veel minder neerslag viel (de verschillen hadden onder andere te maken het onweerachtig karakter van de neerslag). 
De grote maandelijkse neerslagtotalen in het zuiden van het land kunnen mede verklaard worden door bijzonder hoge neerslaghoeveelheden op de 8e / 9e. De grootste dagtotalen deden zich voor in de ruime zuidoostelijke landshelft op de 8e, in een manueel klimatologisch station van het KMI in Murringen mat men zelfs 90,6 mm. In Bastenaken (SPW: Service Public de Wallonie) werd 92,5 mm gemeten en in Martelange (SPW) 75,1 mm. Een zeer actieve onweerachtige neerslagzone lag aan de basis hiervan, bovendien was er weinig wind in de onderste luchtlagen waardoor de intense regens lange tijd konden aanhouden. 
In het Groothertogdom Luxemburg werden nog hogere neerslagtotalen gemeten: op de luchthaven van de hoofdstad Luxemburg (Findel) viel 126,7 mm neerslag binnen 24 uur waarvan 74,6 mm binnen 3 uur. Deze laatste waarde komt overeen met het langjarig maandgemiddelde van de septemberneerslag op deze plaats. 

Oktober verliep over het algemeen iets natter dan gemiddeld: in Ukkel was het neerslagtotaal 83,6 mm (ref. periode 1991-2020: 67,8 mm). 
In het begin van de maand kregen we redelijk wat neerslag toen enkele actieve fronten (verbonden aan een stormdepressie) ons land aandeden in de loop van de 3e en op de 4e, er was ook een behoorlijk sterk windveld. In Ukkel gaf dit 19,4 mm neerslag.
Tussen de 6e en de 18e volgde een vrij lange periode met weinig neerslag (3,7 mm neerslag in Ukkel), het weer werd dan meestal bepaald door een hogedrukgebied met af en toe een zwakke storing die voor een weinig neerslag zorgde.
Vanaf de 19e kregen lagedrukgebieden opnieuw de bovenhand: tussen de 19e en de 30e viel er dagelijks neerslag in Ukkel (goed voor in totaal 57,5 mm). De doortocht van een stormdepressie op de 23e bracht de meeste neerslag met zich mee. Storingen verbonden aan deze depressie bepaalden vanaf de avond van de 22e en op de 23e regenachtig weer over ons land, het dagtotaal van de 23e bereikte in Ukkel 19,5 mm. 

Ook november was eerder aan de natte kant met 88,8 mm neerslag op het KMI (ref. periode 1991-2020: 76,4 mm). Tijdens de eerste 14 dagen viel er over het algemeen weinig neerslag: op de 1e trok een regenzone van west naar oost door ons land, en ook op de 10e viel er wat neerslag. 
Rond het midden van de maand zorgden enkele storingen voor vrij veel neerslag in het centrale deel van het land (de zeer zachte lucht waarin wij vertoefden werd geleidelijk aan verdreven door gevoelig koudere lucht ten noorden van onze streken). Tijdens de nacht van de 14e op de 15e viel behoorlijk wat neerslag in een noord-zuid gerichte strook over het centrale deel van het land met in een tijdspanne van minder dan 12 uur 37 mm neerslag in Korbeek-Dijle en Heverlee (VMM stations). Ook in de avond van de 15e en de daaropvolgende nacht werd het centrale deel van het land opnieuw geteisterd door aanhoudende regens in een aantal streken. In Ukkel viel op de 15e en de 16e respectievelijk 20,6 mm en 11 mm neerslag, in Buizingen waren deze 2 opeenvolgende dagen ook goed voor zo'n 30 mm. In Eigenbrakel, niet zo ver gelegen van Ukkel en Buizingen, was het dagtotaal van de 15e maar liefst 39,1 mm. Deze neerslag gaf aanleiding tot lokale wateroverlast....
De dagen nadien bleef het weer wisselvallig en nat. Op de 19e trok een storing doorheen ons land met regen in de lage streken en sneeuw in Hoog-België. Na doortocht van deze storing werd koudere onstabiele lucht over onze streken aangevoerd met frequent buien die deze keer vooral in delen van het westen van het land veel neerslag opleverden. Zo was het dagtotaal van de 20e 31,2 mm in Avelgem, 33,6 mm in Herseaux (Moeskroen) en 38,4 mm in Rumillies (Doornik). De neerslag viel onder de vorm van regen en sneeuw (zie verder). Ook tijdens de derde decade van november bleef het wisselvallig, vooral op de 24e viel nogal wat neerslag. Dit zorgde voor behoorlijke neerslagcumuls over de periode van 19 t/m 24 november vooral in het westen van het land: zo viel in Avelgem 62,1 mm neerslag, in Herseaux (Moeskroen) 69 mm en in Rumillies 79,4 mm. 

Na 2 eerder natte maanden verliep de laatste maand van het jaar erg droog: in Ukkel was het maandtotaal 33 mm (ref. periode 1991-2020: 87,4 mm). Bovendien viel die neerslag over slechts enkele dagen: van de 6e t/m de 8e (3 opeenvolgende dagen) noteerde men 27,1 mm. 

  Ongeveer 8 cm sneeuw in het Brusselse op 9 januari 2025 (foto genomen in Vorst).
Foto: Robert Vilmos

De neerslagfrequentie was veel lager dan gemiddeld in 2025: er waren in Ukkel 145 dagen met meetbare neerslag (>= 0,1 mm) (ref. periode 1991-2020: 190 d). 
Dit was de tweede laagste waarde sinds 1833, het laagste aantal neerslagdagen op jaarbasis dateert uit 2018 met 142. In een recent verleden vinden we ook nog een lage neerslagfrequentie terug in 2022 met 148 dagen. 

Ondanks het bijzonder hoog neerslagtotaal in januari was de neerslagfrequentie met 18 neerslagdagen perfect normaal (ref. periode 1991-2020: 18,9 d). Tijdens de tweede decade van de maand viel er immers weinig neerslag. 
In februari waren er 14 neerslagdagen (ref. periode 1991-2020: 16,9 d). 

De neerslagfrequentie tijdens de weerkundige lente was zeer laag: in Ukkel viel meetbare neerslag op slechts 20 dagen (ref. periode 1991-2020: 43,5 dagen): 6 in maart en telkens 7 in april en mei (langjarig gemiddelde: respectievelijk 15,7 d, 13,1 d en 14,7 d). Sinds het begin van de metingen in Brussel-Ukkel in 1833 telde een voorjaar nooit zo weinig neerslagdagen. Het vorig record dateert uit de lentes van 1880, 2020 en 2022 met 23 neerslagdagen. 
De 3 afzonderlijke voorjaarsmaanden kenden periodes met weinig neerslag in Ukkel: in de maand maart viel er bitterweinig regen t/m de 27e. In april verliepen de eerste 11 dagen volledig droog en van de 14e t/m de 22e was de neerslaghoeveelheid beperkt. In de maand mei tenslotte moesten we wachten tot de laatste decade om enige neerslag van betekenis te zien. 

De weerkundige zomer telde in totaal 35 dagen met meetbare neerslag (ref. periode 1991-2020: 42,6 d). In de maanden juni en augustus lag het aantal neerslagdagen met respectievelijk 10 en 11 lichtjes onder het langjarig gemiddelde terwijl de maand juli met 14 neerslagdagen perfect normaal was.
Ook tijdens de zomer kregen we meerdere relatief lange periodes met zeer weinig neerslag te Ukkel: van de 8e t/m de 24e juni viel amper 0,5 mm, van de 9e t/m de 19e juli registreerde men slechts enkele tienden van een mm en ook in augustus was het lange tijd droog met tussen de 5e en de 28e minder dan 1 mm neerslag in Ukkel.

In de herfst regende het in Ukkel op 51 dagen in Ukkel (ref. periode 1991-2020: 48,5 d): 13 dagen in september, 21 in oktober en 17 in november.  

In de maand december tenslotte waren er slechts 7 dagen met meetbare neerslag (ref. periode 1991-2020: 19,4 d).
Sinds het begin van de waarnemingen in 1833 was de neerslagfrequentie slechts in 2 decembermaanden lager, dit was het geval in 1840 en 1890 met 6 neerslagdagen. 

Het hoogst aantal opeenvolgende dagen zonder meetbare neerslag in Ukkel was 14, tussen 29 maart en 11 april. Er waren uiteraard meerdere 'neerslagarme' periodes zoals reeds hogervermeld.  

In Ukkel was de neerslag geheel of gedeeltelijk vergezeld van sneeuw gedurende amper 7 dagen in 2025 (ref. periode 1991-2020: 16,9 d): 3 in januari, 2 in februari en 2 in november. 
Op Nieuwjaarsavond bereikte een koufront ons land en dit zorgde in de nacht van 1 op 2 januari meteen voor de eerste sneeuwval van het jaar in Hoog-België, op veel plaatsen boven 200 m ontstond een sneeuwdek, in de ochtend van de 2e tot ruim 20 cm in de Hoge Venen. In de nacht van de 4e op de 5e bracht een neerslagzone wat sneeuw, ook in de lage streken van het land, in de Hoge Venen bereikte de sneeuwlaag tijdelijk bijna 24 cm (maximale sneeuwdikte van het jaar)  alvorens het flink dooide op de 5e. In de loop van de 7e kwamen we opnieuw in koudere luchtmassa's terecht met winterse neerslag.
Op de 8e trok een neerslagzone vanaf de Franse grens noordwaarts over ons land met regen, smeltende sneeuw en uiteindelijk ook sneeuw. In de ochtend van de 9e lag in Ukkel 8 cm sneeuw, rond de middag ruim 10 cm. Over de westelijke landshelft kwamen er opklaringen zodat de sneeuw vrij snel verdween. De dagen nadien dooide het lichtjes met als gevolg dat het sneeuwdek in die streken waar er voldoende sneeuw gevallen slechts geleidelijk aan afnam. In Ukkel lag er op de 13e 's morgens nog 5 cm sneeuw, op de 15e nog 2 cm. 

In de maand februari viel er geregeld sneeuw in de Hoge Venen maar de hoeveelheden bleven erg beperkt. De maximale dikte van de sneeuwlaag in het land werd - in tegenstelling tot wat we zouden verwachten - niet bereikt in Hoog-België maar in Zele, in de provincie Oost-Vlaanderen. In de nacht van de 10e op de 11e zorgde een occlusie immers voor vrij veel neerslag in West- en Oost-Vlaanderen en dit gaf ook sneeuwval: in een aantal streken viel tussen 5 en 10 cm sneeuw, het KMI mat 9 cm in Zele. In de avond van de 15e bracht een zwakke neerslagzone tijdelijk wat sneeuw, dit was het geval op een aantal plaatsen in het westen (inclusief de kust) en in het centrale deel van het land. In Ukkel werd 2 cm sneeuw gemeten in de ochtend van de 16e. 
In de Hoge Venen bereikte de maximale dikte van de sneeuwlaag amper 4 cm op 28 februari.

In de lente registreerde men enkel nog een paar dagen met sneeuw aan het begin van de maand maart, de maximale dikte was 4 cm op 1 maart in Mont Rigi. Opvallend is dat 14 maart al de laatste dag van het voorjaar was waarop de neerslag geheel of gedeeltelijk als sneeuw viel (dit gebeurde nooit eerder zo vroeg in het jaar sinds de metingen van deze parameter in 1928). 

De eerste sneeuw van het najaar viel op 17 november. In de ochtend lag er al een weinig sneeuw in de Hoge Venen, maar nieuwe sneeuwbuien in de namiddag zorgden voor het eerste echte sneeuwlaagje van het seizoen. 
Op de 19e zorgde een occlusie opnieuw voor sneeuwval in Hoog-België, vooral in de avonduren
. Er lag tegen het einde van de avond zo'n 5 cm tot 10 cm sneeuw, nog wat meer langs de Belgisch-Duitse grens. Nadien werd de luchtmassa nog kouder wat in combinatie met het relatief warme zeewater de onstabiliteit verhoogde en heel wat buien met zich meebracht, voornamelijk over de westelijke landshelft. In de ochtend van de 20e lag er wat sneeuw in het Brusselse (Ukkel: 1 cm) maar ook op andere plaatsen in Laag- en Midden-België (inclusief aan de kust). In de Vlaamse Ardennen en in delen van de provincie Henegouwen viel sneeuw van betekenis (in de loop van de ochtend en voormiddag), in de Vlaamse Ardennen werd tot tussen 6 cm en 8 cm sneeuw gemeten boven 100 meter op en rond de Hotondberg, een getuigenheuvel op de grens van Ronse en Zulzeke (Bron: "Weerstation Vlaamse Ardennen"). In Mont-Saint-Aubert (Doornik), gelegen op 147 meter hoogte, bereikte de sneeuwlaag zelfs 18 cm.
Ter vergelijking: de sneeuwdikte was op diezelfde dag 'slechts' 16 cm in Mürringen (Büllingen), in Mont Rigi (Waimes) was dat zo'n 9 cm. De belangrijke sneeuwlaag op een aantal plaatsen in de westelijke landshelft kan verklaard worden door de hoogteligging (tussen 100 en 150 meter) en de intensiteit en frequentie van de buien. Door isothermie koelde de luchtmassa af (nulgradenisotherm bereikte uiteindelijk tijdelijk de grond) waardoor een sneeuwaccumulatie mogelijk werd. 
In de avond van de 22e bereikte een storing het westen van het land met sneeuw en (aanvriezende) regen (dit luidde het einde in van het enigszins winters intermezzo). Op vele plaatsen ontstond in de loop van de avond en nacht tijdelijk een dun sneeuwlaagje dat op de 23e opnieuw verdween. In Hoog-België bleef de sneeuw op de 23e wel nog intact, vanaf de 24e verloor die sneeuw aan kwaliteit en in de loop van de 28e verdwenen de laatste sneeuwresten.  

In de maand december waren er slechts 3 sneeuwdagen in het land, in de loop van de laatste dag van het jaar ontstond een dun sneeuwlaagje in Hoog-België, vooral boven 500 meter maar hier en daar ook op wat lagere hoogte. 


  4. De zonneschijnduur

Het afgelopen jaar verliep zonnig: in Ukkel registreerde men in totaal 1.841,1 uur zon (ref. periode 1991-2020: 1.603,7 uur).
Vooral tijdens de lente en de zomer scheen de zon uitbundig. 

De eerste maand van het jaar verliep somber: in Ukkel was de zonneschijnduur 36,5 uur (langjarig gemiddelde: 59,1 uur): 

Vanaf februari keerde het tij en werd een reeks van opeenvolgende (zeer) zonnige maanden ingezet.
In februari kregen we al 90,3 uur zon (langjarig gemiddelde: 72,9 uur zon): de meeste zon kregen we te zien tijdens de eerste 3 dagen van de maand en tussen de 16e en de 19e, ook nadien volgden nog een paar losse vrij zonnige dagen.

De voorjaarsmaanden maart, april en mei waren systematisch zonniger dan gemiddeld: de totale zonneschijnduur in de weerkundige lente was 688,6 uur in Ukkel (ref. periode 1991-2020: 495,3 uur), het werd de derde zonnigste lente sinds het begin van de waarnemingen na 2020 en 2011 toen de zon zich respectievelijk 740,8 uur en 707,3 uur liet zien.
De 3 lentemaanden hebben bijgedragen tot het zonnige voorjaar: in maart en april scheen de zon respectievelijk 199,2 uur en 248,7 uur (ref. periode 1991-2020: resp. 125,8 uur en 171,3 uur), telkens een teveel van zo'n 75 uur. In mei was het overschot iets minder uitgesproken: we zagen de zon in Ukkel 240,7 uur tegenover een langjarig gemiddelde van 198,3 uur. 
We kregen verschillende uitgesproken zonnige periodes in het voorjaar.
In maart scheen de zon uitbundig tijdens de eerste decade
met in totaal 83,5 uur zon. 
Ook april kende een zonovergoten start: in de eerste 12 dagen werd het weer aanhoudend bepaald door hogedrukgebieden die erg droge lucht over onze streken aanvoerden met zonnige weercondities als gevolg (enkel op de 10e werd tijdelijk iets vochtigere lucht aangevoerd): de zonneschijnduur bereikte over de eerste 12 dagen van de maand maar liefst 138,4 uur. 
Nog een behoorlijk zonnige periode kregen we van de 26e april t/m de 2e mei, goed voor 88,2 uur zon. 
Bovendien waren er ook nog zonnige dagen buiten de vermelde tijdvakken.

Tijdens de weerkundige zomer bleef de zon overuren maken: de zonneschijnduur bereikte in Ukkel 707 uur (ref. periode 1991-2020: 594,9 uur). Ook nu verliep geen enkele maand somber, wel integendeel: juni gaf ons met 248,6 uur zo'n kleine 50 uur meer zon dan gemiddeld, in juli lag de zonneschijnduur met 224,9 uur zo'n 20 uur hoger dan gemiddeld (dicht bij de normale waarde als gevolg van het ietwat somberder karakter van het weer tijdens de laatste 10 dagen) en in augustus konden we met 233,5 uur zo'n kleine 40 uur meer zon noteren in vergelijking met het langjarig gemiddelde.
Juni startte wisselvallig waardoor de eerste decade ietwat aan de sombere kant was, dit werd echter ruimschoots gecompenseerd door een zeer zonnige tweede decade: over de eerste 10 dagen bereikte de totale zonneschijnduur in Ukkel 37,9 uur, de tweede decade gaf ons 124 uur zon. In de laatste decade bleef het zonnig karakter van het weer behouden met 86,7 uur zon.
De eerste 20 dagen van juli verliepen behoorlijk zonnig met 173,2 uur in Ukkel, terwijl het weer in de laatste decade meer verstoord was waardoor het wat somberder was (51,7 uur zon van 21 t/m 31 juli). 
Zoals reeds vermeld was ook augustus een zonnige zomermaand, vooral de periode van de 9e t/m de 15e viel op met maar liefst 83 uur zon over deze 7 opeenvolgende dagen.

De weerkundige herfst was somber met 249,6 uur zon in Ukkel (ref. periode 1991-2020: 332,9 uur). 
In september lag de totale zonneschijnduur met 143,8 uur dicht bij het langjarig gemiddelde (154,5 uur). De meeste zon kregen we tussen de 5e en de 7e en op de 19e. De eerste 10 dagen van de maand gaven ons 62,8 uur zon in Ukkel terwijl de laatste decade met 36,1 uur zon eerder somber verliep. 
Oktober verliep zeer somber met amper 46,2 uur zon (ref. periode 1991-2020: 112,6 uur). Het was de tweede somberste oktobermaand sinds het begin van de metingen voor deze parameter in 1887. Enkel in 1998 was oktober nog iets somberder met 42,8 uur zon. 
Tijdens de ganse maand oktober was er weinig zon, maar het tekort viel het meest op tijdens de periode onder hogedrukinvloed met weinig beweging in de atmosfeer: van de 6e t/m de 18e kregen we de zon in Ukkel slechts 7,3 uur te zien. Er waren in oktober 23 sombere dagen (ref. periode 1991-2020: 13,4 d). 
In de maand november benaderde de zonneschijnduur opnieuw het langjarig gemiddelde met 59,6 uur (ref. periode 1991-2020: 65,8 uur). We merken op dat november zonniger was dan oktober, dit heeft uiteraard alles te maken met het zeer somber karakter van de maand oktober. 

We sloten het jaar af met een zonnige december: 69,2 uur zon in Ukkel (ref. periode 1991-2020: 48,6 uur). Lange tijd zag het er naar uit dat we een sombere maand zouden krijgen, tot en met de 23e was de zon immers slechts 27,6 uur zon te zien. Daar kwam verandering in toen we vanaf de 24e koude maar droge luchtstromingen kregen: van de 24e t/m de 27e scheen de zon dagelijks meer dan 7 uur met in totaal 29,4 uur zon over deze periode. Ook tijdens de laatste dagen van het jaar was de zon geregeld van de partij.   


6 maart 2025: zonnig voorjaarsweer met aangename temperaturen zoals hier in Bousval (Genappe), in de provincie Waals-Brabant.
Foto: Xavier Lizin

624 bezoekers online

Wie zijn wij ?

In het kielzog van MeteoBelgique zag MeteoBelgië een paar jaar later in 2006 het levenslicht. MeteoBelgië heeft kunnen profiteren van het groeiproces en de vermaardheid van zijn grote broer om aan de Nederlandstalige gemeenschap van ons land een betrouwbare website voor te stellen op het gebied van weersvoorspellingen, klimaatanalyses en realtime waarnemingen.

Volg ons

FacebookTwitter