Wat verstaan we onder een hittegolf? Hoe ontstaat een hittegolf? Kan men een hittegolf voorspellen?
Wat waren de meest bijzondere hittegolven die we tot nu toe in ons land gekend hebben? Hoe kunnen we recente hittegolven vergelijken met hittegolven uit het verleden (sinds 1901)?
Komen hittegolven frequenter voor en zijn ze intenser nu wij geconfronteerd worden met de klimaatopwarming?
In dit uitgebreid artikel trachten wij een antwoord te bieden op deze vragen.

Wat is een hittegolf ? Enkele definities.
Een hittegolf is een periode waarin de temperaturen gedurende meerdere dagen ongewoon hoog zijn voor de tijd van het jaar. Het gaat om een zeer warme periode die relatief lang kan duren, gaande van enkele dagen tot meerdere weken.
Het is nuttig om de gebruikte terminologie toe te lichten: .
Een hittegolf wordt in België gedefinieerd als een periode van minstens 5 opeenvolgende dagen met maximumtemperaturen die 25 °C of meer bereiken en waarvan op minstens 3 van die dagen 30 °C gehaald wordt (in het referentiestation in Ukkel - KMI).
Een hittedag of tropische dag is een dag waarop de maximumtemperatuur 30 °C of meer bereikt, een zomerdag is een dag met een maximumtemperatuur van minstens 25 °C.
Een andere term die gebruikt wordt tijdens hete periodes is 'tropische nacht': een nacht waarin de temperatuur niet onder 20 °C zakt.
We merken nog op dat tijdens bijzonder hete periodes de maximale temperaturen tot 35 °C of meer kunnen stijgen. Dit blijft vrij zeldzaam in ons land, hoewel we merken dat de frequentie de laatste jaren (flink) aan het toenemen is.
Overzicht van de hittegolven in België sinds 1901
We hebben voor iedere hittegolf sinds het begin van de twintigste eeuw de volgende parameters opgenomen in het overzicht :
- De begin- en einddatum (eerste en laatste dag van de beschouwde periode)1.
- De duur : het aantal dagen dat de hittegolf duurt.
- Het gewicht : uitgedrukt in graaddagen met een gemiddelde temperatuur van 20 °C als referentie: een gemiddelde temperatuur van 22.3°C levert een gewicht op van 2,3, een gemiddelde van 19.5°C geeft een gewicht van -0.5.
We maken vervolgens de som van het gewicht van alle dagen die binnen de hittegolf vallen. - De intensiteit : OF het gewicht ten opzichte van de duur: hittegolven kunnen lang en gematigd zijn, maar evenzeer kort en intens. Deze parameter laat ons toe om hittegolven onderling te vergelijken op dat vlak.
- De waargenomen maximumtemperatuur tijdens de hittegolf (waarden van het referentiestation in Ukkel - KMI)
1 = we zullen hittegolven niet 'artficieel' opsplitsen in 2 hittegolven. We laten toe dat het maximum 1 dag onder 25 °C blijft op voorwaarde dat er nadien nog 1 dag volgt met een maximum boven 30 °C (2 dagen onder 25 °C gevolgd door nog 2 dagen met maxima boven 30 °C, enz...).
| Zomer | Periode | Duur | Gewicht | Intensiteit | J>30° | T° max |
| 1911 | van 20 JUL tot 14 AUG | 26 | 77.2 | 2.97 | 14 | 34.0 |
| 1921 | van 7 JUL tot 22 JUL | 14 | 15.5 | 1.10 | 3 | 33.5 |
| 1922 | van 21 MAI tot 26 MAI | 5 | 16.5 | 3.30 | 3 | 32.1 |
| 1923 | van 5 JUL tot 14 JUL | 10 | 37.3 | 3.73 | 4 | 32.8 |
| 1929 | van 15 JUL tot 29 JUL | 9 | 13.6 | 1.51 | 3 | 30.9 |
| 1930 | van 26 AUG tot 31 AUG | 6 | 20.1 | 3.35 | 3 | 31.4 |
| 1932 | van 9 AUG tot 21 AUG | 13 | 38.4 | 2.95 | 5 | 34.4 |
| 1936 | van 17 JUN tot 24 AUG | 8 | 12.5 | 1.56 | 3 | 30.2 |
| 1938 | van 30 JUL tot 9 AUG | 11 | 29.9 | 2.71 | 4 | 31.8 |
| 1941 | van 6 JUL tot 13 JUL | 8 | 29.3 | 3.66 | 6 | 33.3 |
| 1942 | van 26 AUG tot 31 AUG | 6 | 18.8 | 3.13 | 3 | 31.3 |
| 1944 | van 18 AUG tot 25 AUG | 8 | 14.0 | 1.75 | 3 | 32.2 |
| 1947 | van 10 AUG tot 28 AUG | 19 | 30.5 | 1.69 | 4 | 33.6 |
| 1947 | van 24 JUN tot 29 JUN | 6 | 18.7 | 2.95 | 3 | 36.6 |
| 1947 | van 29 MAI tot 4 JUN | 7 | 17.3 | 2.47 | 4 | 32.3 |
| 1948 | van 25 JUL tot 1 AUG | 8 | 24.6 | 3.08 | 4 | 31.7 |
| 1952 | van 27 JUN tot 2 JUL | 6 | 15.4 | 2.57 | 4 | 33.8 |
| 1957 | van 28 JUN tot 8 JUL | 11 | 38.0 | 3.45 | 6 | 34.1 |
| 1959 | van 4 JUL tot 12 JUL | 8 | 18.0 | 2.25 | 4 | 34.7 |
| 1975 | van 29 JUL tot 9 AUG | 12 | 14.7 | 3.48 | 7 | 33.4 |
| 1976 | van 22 JUN tot 16 JUL | 25 | 90.0 | 3.60 | 17 | 34.6 |
| 1983 | van 4 JUL tot 12 JUL | 9 | 27.8 | 3.09 | 3 | 32.1 |
| 1990 | van 26 JUL tot 5 AUG | 11 | 33.2 | 3.02 | 5 | 35.5 |
| 1994 | van 19 JUL tot 6 AUG | 19 | 59.6 | 3.14 | 8 | 33.9 |
| 1995 | van 7 JUL tot 13 JUL | 7 | 22.7 | 3.24 | 3 | 33.0 |
| 1995 | van 20 JUL tot 12 AUG | 24 | 47.8 | 1.99 | 8 | 34.0 |
| 1997 | van 5 AUG tot 25 AUG | 21 | 55.7 | 2.65 | 4 | 31.9 |
| 1998 | van 9 MAI tot 14 MAI | 6 | 15.1 | 2.51 | 3 | 31.0 |
| 2003 | van 1 AUG tot 13 AUG | 13 | 58.2 | 4.47 | 6 | 33.8 |
| 2005 | van 18 JUN tot 25 JUN | 8 | 28.4 | 3.55 | 4 | 32.9 |
| 2006 | van 9 JUN tot 13 JUN | 5 | 10.5 | 2.10 | 3 | 31.3 |
| 2006 | van 15 JUL tot 30 JUL | 16 | 66.3 | 4.14 | 7 | 36.2 |
| 2010 | van 23 JUN tot 14 JUL | 22 | 42.0 | 1.91 | 6 | 33.9 |
| 2013 | van 21 JUL tot 27 JUL | 7 | 25.7 | 3.67 | 3 | 32.4 |
| 2015 | van 30 JUN tot 5 JUL | 6 | 24.2 | 4.03 | 3 | 34.5 |
| 2016 | van 23 AUG tot 27 AUG | 5 | 18.3 | 3.66 | 3 | 32.5 |
| 2017 | van 17 JUN tot 22 JUN | 5 | 22.6 | 4.52 | 4 | 32.4 |
| 2018 | van 13 JUL tot 7 AUG | 26 | 82.2 | 3.16 | 9 | 35.4 |
| 2019 | van 23 AUG tot 28 AUG | 6 | 19.7 | 3.28 | 3 | 33.3 |
| 2019 | van 22 JUL tot 26 JUL | 5 | 34.7 | 6.94 | 4 | 39.7 |
| 2019 | van 23 JUN tot 30 JUN | 8 | 23.5 | 2.94 | 3 | 32.6 |
| 2020 | van 5 AUG tot 16 AUG | 12 | 57.2 | 4.77 | 8 | 35.9 |
| 2022 | van 9 AUG tot 16 AUG | 8 | 32.1 | 4.01 | 5 | 32.1 |
| 2023 | van 8 JUN tot 17 JUN | 10 | 26.8 | 2.68 | 3 | 31.2 |
| 2023 | van 4 SEP tot 11 SEP | 8 | 23.5 | 2.94 | 6 | 31.9 |
| 2025 | van 28 JUN tot 2 JUL | 5 | 23.8 | 4.76 | 3 | 35.9 |
| 2025 | van 10 AUG tot 15 AUG | 6 | 19.1 | 3.18 | 3 | 33.2 |
| 2026 | van 17 JUN tot 29 JUN | 12 | 70.5 | 5.88 | 7 | 35.5 |
Al deze gegevens werden opgenomen in de grafiek hierboven.
Als abscis vinden wij de jaren van 1900 tot 2030, als ordinaat het aantal dagen dat de hittegolf geduurd heeft. De omvang van de bollen (1 per hittegolf) is proportioneel tot het gewicht van de hittegolf zoals hierboven gedefinieerd. Het gewicht is vermeld op de bollen.
De tweede grafiek levert ons nog nuttige informatie op: als ordinaat vinden we nog altijd de duurtijd van de hittegolf terug, maar op de abscis hebben we nu de waarde van de intensiteit van de hittegolf geplaatst. De diameter van de bollen is nog steeds in verhouding tot het gewicht van de hittegolf. Op de bollen wordt nu het jaar vermeld waarin de hittegolf zich voordeed.
De gebruikte kleuren van de bollen zijn voor beide grafieken dezelfde: geel voor de jaren vóór 1988, het jaar waarin de klimaatopwarming zich duidelijk begon te manifesteren in Europa en oranje voor de jaren na 1988.
Vaststellingen op basis van de 2 grafieken:
Er hebben zich altijd hittegolven voorgedaan in ons land, ook vóór de klimaatverandering zich begon te manifesteren (zelfs enkele hittegolven van formaat): we denken in het bijzonder aan de hittegolven van 1976, 1911 en 1947.
Tot op heden blijft de hittegolf van 1976 deze met het hoogste gewicht, 1911 en 2018 leverden ons de langste hittegolven op (26 dagen).
De meest intense hittegolf was deze van 2019 (6.94).
We vinden ook relatief lange periodes terug waarin zich geen hittegolf voordeed: van 1901 tot 1910, van 1912 tot 1920, van 1960 tot 1974 van van 1977 tot 1989 (als we geen rekening houden met de hittegolf van 1983). Dit betekent echter niet dat we in die periodes geen hitte gekend hebben.
We merken belangrijke verschillen op wanneer we de hittegolven van vóór en na 1988 met elkaar vergelijken:
- Vóór 1988 waren hittegolven die langer dan 15 dagen duurden eerder uitzonderlijk (1911, 1947 en 1976). Sinds 1988 komen ze steeds vaker voor: 1994, 1995, 1997, 2006, 2010 en 2018.
- Een gelijkaardige vaststelling voor het gewicht van de hittegolven: vóór 1988 kwam een gewicht hoger dan 40 zelden voor: 1911 en 1976. Sinds 1988 heeft ongeveer 1 hittegolf op 3 een gewicht boven 40: 1994, 1995, 1997, 2003, 2006, 2010, 2018, 2020 en 2026.
- Ook voor de intensiteit zien we een gelijkaardige evolutie, zelfs nog meer uitgesproken dan voor de andere parameters (zie tweede grafiek) : vóór 2003 kwam de intensiteit van een hittegolf nooit boven 4 uit. Sinds dat jaar hebben we 9 hittegolven waarbij de intensiteit hoger was dan 4: 2003, 2006, 2015 et 2017, 2019, 2020, 2022, 2025 en 2026. De hittegolf van 2019 heeft een extreem hoge intensiteit bereikt van 6,94, de hittegolf van juni 2026 eindigt op de tweede plaats voor deze parameter met een intensiteit van 5,88.
Kijken we naar het aantal hittegolven, dan stellen we vast dat we tijdens de 20e eeuw (100 jaar) in totaal 28 hittegolven kregen. Sinds het begin van deze eeuw tellen wij er tot op heden (eind juni 2026) 20 op 26 jaar. We zullen de komende jaren zien hoe het aantal hittegolven verder evolueert.
Samengevat: we zien een stijgende tendens in het aantal hittegolven. Wat nog meer in het oog springt, is dat de hittegolven steeds langer, zwaarder en intenser worden. Die evolutie hangt meer dan waarschijnlijk samen de wereldwijde opwarming van de aarde.
Hoe ontstaat een hittegolf?
In België komt een hittegolf tot stand wanneer, door een 'ideale' luchtdrukverdeling' subtropische lucht onze streken kan bereiken.
Dat gebeurt wanneer zich een depressie ten westen van onze streken bevindt en een anticycloon ten oosten. Hete lucht kan dan als het ware 'aangezogen' worden uit Noord-Afrika en via Spanje en Frankrijk ons land bereiken.
Er is wel een zekere stabiliteit nodig opdat het gedurende minstens 5 dagen warm blijft: geregeld gebeurt dit door de vorming van een zogenaamde Omegablokkade (Omega blocking in het Engels) die dan wel 'gunstig' moet gelegen zijn om in ons land voor een hittegolf te zorgen.
De omegablokkade is een atmosferische blokkade waarbij de straalstroom sterk meandert. De term 'omega' verwijst naar de vorm van de blokkade (vorm van de Griekse letter omega). Deze blokkade onderbreekt de oceanische, zonale luchstromingen. De blokkade bestaat uit een groot standvastig hogedrukgebied (centraal), aan weerszijden geflankeerd door een depressie waardoor het weer - indien de hoogtewig stevig is - lange tijd geblokkeerd kan blijven.
Onder de hoogtewig krijgen we dalende luchtbewegingen, en deze lucht wordt adiabatisch samengedrukt. Bovendien onderdrukt de hoge druk wolkenvorming zodat de condities vaak helder zijn met weinig of geen wolken. De omegablokkade gaat in de zomerperiode vaak gepaard met hoge temperaturen, droogte en luchtvervuiling (indien de hoge druk zich uiteraard over onze streken bevindt).
Het schema hieronder geeft de condities weer op het standaarddrukniveau 500 hPa, de zwarte lijnen stellen isohypsen voor (lijnen die punten met dezelfde geopotentiaal met elkaar verbinden), de rode lijnen stellen de verplaatsing voor van warme luchtmassa's en de blauwe lijnen de verplaatsing van koude luchtmassa's. In de hoogte bevindt zich warme lucht in de hoogtewig (stabiliteit) terwijl de depressies gepaard gaan met koude lucht in de hoogte (koude put - onstabiel weer).
De warme lucht wordt in dit geval uit Noord-Afrika aangevoerd en naar het centrum van de hoogtewig gevoerd, waar ze de luchtmassa stabiliseert en een soort „deksel” vormt.

Soms gaat de blokkade over in een 'Skandinavische' blokkade: de temperaturen liggen dan doorgaans iets lager doordat we met continentale lucht te maken krijgen; zo lang de maximale temperaturen echter boven 25 °C uitkomen, kunnen we strikt genomen nog steeds spreken van een hittegolf.
Bij alle grote hittegolven sinds 1901 speelde, althans gedeeltelijk, de omegablokkade een rol, deze zorgde voor stabiliteit en kon daarmee de hittegolf langer in standhouden.
Hieronder de kaart met geopotentiaalhoogte 500 hPa van 18 juli 2006. De omegablokkade is hierop duidelijk zichtbaar.

Kan men een hittegolf voorzien in een seizoensvoorspelling?
Een seizoensvoorspelling voor de zomer is minder evident dan voor de winter, onder andere omdat de luchtmassa's warmer zijn en minder stabiel, maar er zijn interessante signalen die kunnen wijzen op de komst van een hittegolf op middellange termijn.
Vaak werden historisch hete en droge zomers (met minstens één hittegolf) voorafgegaan door een droog voorjaar (of zelfs een droge winter). Het voorjaar moet ook vrij koel zijn.
Een Noordzee en een nabijgelegen Atlantische Oceaan met lager dan gemiddelde oppervlaktetemperaturen dragen ook bij aan een grotere stabiliteit van hogedrukgebieden, indien deze zich ontwikkelen.
De straalstroom vertoont vaak, ruim vóór een omega-blokkade, behoorlijk wat meanderingen: dit verklaart waarom er vóór een hittegolf soms erg lage temperaturen voorkomen, wanneer wij ons aan "de verkeerde kant" van deze golving bevinden, zoals bijvoorbeeld het geval geweest is in 1976.
Er bestaan cycli, waaronder een cyclus van bijna dertig jaar, waarin bijzonder hete en droge zomers voorkomen. De zomers van 1947, 1976 en 2003, om de meest recente te citeren, maken hier deel van uit. De duur van deze cycli is momenteel nog niet goed te verklaren, in tegenstelling tot de cycli die het optreden van koude winters bepalen. Wat wel zeker is: het gaat om een combinatie van verschillende cycli, waarvan de zonnecyclus en de PDO3 cyclus - in ieder geval gedeeltelijk - deel uitmaken.
We merken op dat voor de zonnecyclus de hittegolven niet het meest frequent voorkomen wanneer de zonneactiviteit piekt, het tegengestelde is eerder waar.
3 = Pacific Decadal oscillation : de "tienjarige oscillatie van de Stille Oceaan" is een variatie in de oppervlaktewatertemperatuur in het bekken van de Stille Oceaan, die het traject van weersystemen cyclisch verschuift over een periode van meerdere decennia.
We mogen hieruit geen verkeerde besluiten trekken: het is niet zo dat iedere droge en frisse lente of een lage zonneactiviteit aanleiding geeft tot een hittegolf in de daaropvolgende zomer. Het gaat om elementen die deeluitmaken van een ingewikkeld geheel. Het opstellen van seizoensverwachtingen is allesbehalve eenvoudig.
Enkele opmerkelijke, historische hittegolven
1911
Terwijl het in de ochtend van 12 juni nog tot lichte vorst kwam bij de Gileppe-stuwdam in Jalhay, zou de temperatuur er de daaropvolgende maand, op 23 juli 1911, oplopen tot 38,2 °C. Deze hittegolf, die in Ukkel van start ging op 20 juli, was de eerste van de twintigste eeuw. En wat voor een hittegolf...! Ze duurde 26 dagen en is daarmee de tweede langste hittegolf ooit in ons land, na deze uit 1976. Er zijn trouwens heel wat overeenkomsten met de hittegolf uit 1976:
Net als in 1976 was de zomer in 1911 bijzonder droog: tussen 4 juli en 19 augustus 1911 mat men met de pluviometer amper 3,6 mm neerslag te Ukkel! In de Hoge Venen kwamen grote bosbranden voor. Net als in 1976 kende men een vrij uitzonderlijke opeenvolging van hittedagen (zonder 1976 evenwel te evenaren): tussen 8 en 14 augustus waren er in Ukkel 7 opeenvolgende hittedagen (maximumtemperatuur >=30 °C).
1947
Nog een opmerkelijke zomer: er waren drie duidelijk te onderscheiden hittegolven: de eerste van 29 mei tot 4 juni, de tweede van 24 tot 29 juni en de derde, de zwaarste, van 10 augustus tot 28 augustus.
Ook in dit geval manifesteerde de droogte, die in augustus een hoogtepunt bereikte, zich al in de voorafgaande winter (die bovendien erg koud was) en in de maanden mei en juni, deze zette zich verder tot september-oktober.
De eerste hittegolf kwam erg vroeg aangezien hij van start ging eind mei. Alleen in 1998 was er een nog veel vroegere hittegolf (van 9 tot 14 mei), waardoor de „Ijsheiligen” in dat jaar de warmste uit de geschiedenis waren.
Tijdens de tweede hittegolf beleefde Ukkel de warmste dag uit zijn geschiedenis met 38,8 °C in open thermometerhut. Deze waarde werd na correcties teruggebracht tot 36,6 °C om in overeenstemming te zijn met de temperatuurwaarnemingen in gesloten hut.
Tijdens de laatste hittegolf in augustus kende Ukkel maar liefst 8 opeenvolgende hittedagen (van 14 tot 20 augustus). Deze laatste hittegolf van 1947, de langste, duurde 19 dagen. 1947 was de zonnigste zomer, zonniger dus ook nog dan deze van 1976.
1976
Historische en warmste zomer van de twintigste eeuw! Deze zomer blijft in het geheugen gegrift van de iets oudere generaties. De iets minder jonge bevolking herinnert zich de zeer warme en zeker ook droge omstandigheden in dat jaar. De droogte manifesteerde zich reeds in de winter 1975-1976, zette de drinkwatervoorraden onder druk en tastte de grondwaterlagen aan. Er werden ook heel wat waterrestricties opgelegd in dat jaar.
Vooral zeer bijzonder in die legendarische zomer van 1976 was de hittegolf tussen 22 juni en 16 juli die 25 dagen duurde!
Dit is nog steeds de hittegolf met het hoogste 'gewicht', namelijk 90. De hittegolven van 2003 en 2006 kenden een gewicht dat ruim lager lag dan het gewicht van de hittegolf van 1976. Uniek in 1976 is de opeenvolging van 16 hittedagen in Ukkel tussen 23 juni en 8 juli.
2003
De meest recente, die deel uitmaakt van de cycli van warme en droge zomers. Juni was al erg warm, zonder dat er echter sprake was van een hittegolf in de strikte zin van het woord. Augustus kende daarentegen een hittegolf van 13 dagen, de meest intense tot nu toe. Deze begon op 1 augustus en eindigde op 13 augustus. De zomer van 2003 is tot op heden de warmste zomer in Ukkel sinds het begin van de waarnemingen in 1833.
We herinneren ons nog de talrijke hittedoden (vooral in Frankrijk en zeker in Parijs) als gevolg van deze hittegolf (hitte, en samenhangend daarmee de luchtvervuiling door verhoogde ozonconcentraties). Tijdens de meest intense hittegolven zien we ook de sterkste verhoging van de mortaliteitscijfers. We hebben dit eveneens gezien tijdens de hittegolf van 2015: deze was niet lang maar wel intens.
De stijging van het sterftecijfer tijdens hitteperiodes wordt in de daaropvolgende maanden vaak gecompenseerd door een daling van het sterftecijfer: mensen die fel verzwakt zijn kunnen door de hitte vroegtijdig overlijden (zonder de hitteperiode had hun dood zich wellicht korte tijd later voorgedaan).
2006
In 2006 waren er twee afzonderlijke hittegolven: die van juni (van 9 tot 13 juni), niet erg belangrijk, en een veel zwaardere hittegolf tussen 15 en 30 juli.
Ook begin juli 2006 (vóór de hittegolf) was het al warm: dit resulteerde uiteindelijk in de warmste kalendermaand (alle maanden samen beschouwd) in de klimatologische geschiedenis van Ukkel! Net als in 2003, maar in iets mindere mate, was dit een van de meest intense hittegolven die we ooit beleefd hebben.
De temperatuur bereikte 36,2 °C in Ukkel, een van de hoogste temperaturen gemeten (na die van juni 1947: zie hoger) en in ieder geval de tot dan toe hoogste voor juli die in Ukkel werd geregistreerd. Dat was op 19 juli. Elders in het land registreerde men op de militaire basis van Kleine Brogel een maximumtemperatuur van 37,8 °C, wat - op dat ogenblik - het absolute record was sinds de start van de waarnemingen van dat station. Een ander absoluut record werd gevestigd in Gosselies (Charleroi), met 37 °C.
Juli 2006 was warm en droog, in augustus 2006 kregen we een compleet ander weertype: koel en regenachtig. Nooit was het contrast tussen beide vakantiemaanden zo groot.
2015
Hoewel deze hittegolf erg intens was, was ze van korte duur. Bijzonder was de minimumtemperatuur in de nacht van 3 op 4 juli, 24,5 °C in Ukkel, dit was de warmste nacht ooit in Ukkel!
De intensiteit had nog hoger kunnen liggen: de warmste lucht zat in het oosten van ons land. In het centrum van Luik moet de temperatuur ongetwijfeld rond 39 °C of iets hoger gelegen hebben. De Luikenaars zullen zich deze hittegolf nog lang herinneren!

Luchtmassa op het standaarddrukvlak 850 hPa (ongeveer 1.500 meter hoogte), 2 juli 2015 om 0h GMT :
hete lucht wordt aangevoerd tussen een hogedrukgebied met kern over het zuiden van Zweden
en een depressie ten westen van de Britse Eilanden. Deze luchtmassa afkomstig van de Maghreb bereikt
onze streken met temperaturen boven 20 °C op dat niveau: dergelijke waarden zijn vrij uitzonderlijk.
Bij onze zuiderburen werden talrijke temperatuurrecords verbroken (op gewone waarnemingshoogte) met
temperaturen die soms totboven 40 °C uitkwamen!
2018
De hittegolf van juli-augustus 2018 duurde erg lang, was erg 'zwaar' (hoog gewicht) waarbij de maximumtemperatuur in Ukkel 2 keer boven 35 °C uitkwam. Het is ongetwijfeld een van de zwaarste hittegolven die we in ons land gekend hebben (sinds 1901).
We kunnen deze hittegolf goed vergelijken met de twee andere grote hittegolven die België tot dan toe had meegemaakt, namelijk de hittegolf van 1911 en die van 1976, die de „ouderen“ zich nog goed herinneren.
2019
Wat meteen in het oog springt bij de analyse van deze hittegolf is de intensiteit: 6,94. Tot vóór 2003 bereikte geen enkele hittegolf een intensiteit van 4 of hoger. Sinds 2003 en tot begin juli 2019 waren er maar liefst 4 hittegolven met een intensiteit boven 4: 2003, 2006, 2015 en 2017. De laatste (2017) was de meest intense, met 4,52.
We konden wel verwachten om vroeg of laat een hittegolf mee te maken met een intensiteit hoger dan 5. De hittegolf van 2019 haalde een intensiteit van bijna 7!
Hetzelfde geldt voor de hoogste temperaturen die tijdens deze hittegolf gemeten werden, waarbij de grens van 40 °C op grote schaal werd overschreden – iets wat men voor moeilijk, zelfs onmogelijk achtte. Het was voor het eerst sinds de start van de waarnemingen in ons land dat op alle meetstations het absolute temperatuurrecord (alle maanden samengenomen) verbroken, zelfs verpulverd werd.
Meestal wordt een temperatuurrecord verbroken met slechts enkele tienden of hooguit één graad. In dit geval zijn de records niet met één of twee, maar vaak wel met drie graden verbroken. En wat te denken van het record van Koksijde? Dat werd verbroken met maar liefst 4 °C (het record bedraagt nu 40,2 °C, vorig record 36,2 °C).
2026
Ook de hittegolf van juni 2026 verdient een plaats in het overzicht van historische hittegolven. Het was een zware hittegolf (behoorlijk hoog gewicht) en een zeer intense. Met een intensiteit van 5,88 komt deze hittegolf op de tweede plaats in de reeks van meest intense hittegolven (enkel voorafgegaan door de hittegolf van 2019 die een gewicht had van 6,94). In de twintigste eeuw kregen we geen enkele hittegolf met een intensiteit boven 4, sinds het begin van deze eeuw tellen wij er (tot eind juni 2026) al 9: 2003, 2006, 2015, 2017, 2019, 2020, 2022, 2025 en 2026.
Absolute temperatuurrecords werden niet gebroken, toch stegen de temperaturen in het oosten van het land tot 38 °C à 39 °C. In Ukkel waren er 2 dagen met maxima boven 35 °C. Wat ook opviel tijdens deze hittegolf waren de zeer warme nachten: in Ukkel waren er 6 opeenvolgende tropische nachten met tijdens 2 van die nachten een minimum van rond 24 °C, bovendien maakte ook de hoge luchtvochtigheid de hittegolf nog moeilijker om te verdragen.




