Voorwoord
In het kader van onze rubriek "Klimaat van vroeger" analyseren we opnieuw in detail meteorologische episodes die noch zeer oud, noch zeer recent zijn en betrekking hebben op de periode van 1950 tot 2000. Net als bij de vorige reeksen proberen we de oorzaken en gevolgen van deze episodes uitvoerig toe te lichten, met één analyse per maand. Nieuwe deel van de reeks: september 1976.
Merk op dat alle waarden – vooral de oudere waarden die ter vergelijking worden gebruikt – gehomogeniseerd zijn en dus onderling en met de huidige waarnemingen kunnen worden vergeleken.
Inleiding
« Ik denk dat mijn mooiste herinnering aan dat verre jaar 1976 de maand september is. Ik herinner me dat het regende en dat dat aangenaam was, dat het waaide en dat dat aangenaam was, dat het koud was en dat zelfs dat aangenaam was. Ik ben er zeker van dat ik in september 1976 die zo diep in mij gewortelde belgitude heb ontdekt. Op dat moment begreep ik dat een mediterraan klimaat hier niet thuishoorde. Tijdens de zomer van 1976 waren de gazons door de hitte verschroeid en dat was niet mooi. In augustus brandde de zon nog met haar hete stralen vanuit een wolkenloze hemel, maar niemand werd daar nog blij van.
« Het was die maand dat ik begreep dat zich Belg voelen misschien betekent dat je frieten gaat eten in de regen, met een goed glas bier en ergens in de verte een lied van Jacques Brel. Dat is in elk geval wat mijn belgitude is geworden.
« Vandaag is het zeker: nu het klimaat verandert en we bijna elk jaar zomers krijgen die op die van 1976 lijken, wordt mijn nostalgie naar onze regen van vroeger steeds sterker. »
Een Brusselaar die de zomer van 1976 nog heeft meegemaakt.
Uiteindelijk was september 1976 meteorologisch gezien een volkomen normale maand, met verstoorde Atlantische luchtstromingen die nu eens een polaire, dan weer een zuidelijke oorsprong hadden, afgewisseld met enkele mooie hogedrukperioden. En toch had deze maand een heel bijzondere betekenis.

Afbeelding gegenereerd door ChatGPT op basis van een tekening van Robert Vilmos
Gedetailleerde analyse van het einde van de zomer van 1976
26 augustus 1976: het regent! Een paar druppels 's avonds, maar het regent! Met een zwakke noordenwind die de temperatuur eindelijk doet dalen. Het is 20°C en het voelt aangenaam aan, met een intense geur van natte vegetatie. Ik denk dat een Belg nog nooit zo blij is geweest om de regen terug te zien.
Overdag wees alles nochtans nog op het tegenovergestelde. De zon was aanwezig, weliswaar met wat nevel en een licht gesluierde hemel, maar de temperaturen schoten opnieuw de hoogte in. Tot 31,1°C in Virton en ruim boven 25°C elders, behalve aan de kust en in de Hoge Venen. De zoveelste warme dag van deze ongelooflijke zomer van 1976.

Originele notities uit 1976
's Avonds is het op veel plaatsen echter nog slechts 18 tot 20°C, met die heerlijke maritieme vochtigheid die tot Luik, Namen en Charleroi reikt, en zelfs nog verder. Wat een verademing!
27 augustus 1976: vandaag regent het echt. Echte buien zoals we die al lang niet meer hebben gezien, met donder en heuse « draches », zoals we dat bij ons zeggen. Het begint aan de kust en breidt zich vervolgens uit over het hele land. 11,8 mm in Ukkel; 11,2 mm in Bierset; 9,8 mm in Beauvechain; 8,3 mm in Chièvres. Goed! Geen van deze hoeveelheden is uitzonderlijk, maar na zoveel droogte voelt het sensationeel aan!

Originele notities uit 1976
28 augustus 1976: in de krant « Le Peuple » lezen we: « Gisteren leek het wel een wonder: in de meeste streken van het land heeft het geregend. O, niet veel! En de oververhitte bodem had de sporen van de bui snel uitgewist. Het zijn niet deze enkele onweersbuien – er worden er voor vandaag nog aangekondigd – die een einde zullen maken aan de moeilijkheden die door de droogte zijn veroorzaakt. Integendeel, die worden met de dag erger. […] In de Gaume zijn er steeds meer gemeenten die volledig zonder water zitten en neemt de ongerustheid toe onder de inwoners, die mondjesmaat door tankwagens worden bevoorraad. »
Het klopt dat er in Virton de dag voordien nog maar één kleine millimeter regen was gevallen. Op deze 28 augustus valt er 7,6 mm. Dat is beter, maar nog lang, heel lang niet genoeg!
29 augustus tot 2 september 1976: gedurende verschillende dagen spreken de weersvoorspellingen over een mogelijke terugkeer van de zomer en de warmte, maar die komt er niet. Op 29 augustus probeert de zomer weliswaar terug te keren, met plaatselijk temperaturen tot 27°C, maar in de namiddag raakt de hemel snel bedekt met altostratus en altocumulus. Daardoor stopt de temperatuur met stijgen.
Op de 30e regent het opnieuw en op de 31e wordt het weer mooi, maar veel koeler. Op 1 september is het bewolkt en daalt de temperatuur nog verder. Op de 2e is het ronduit koud, met aanhoudende regen.

Afbeelding gegenereerd door ChatGPT op basis van een postkaart uit 1976
3 september 1976: onstabiele en nog wat koelere maritieme lucht stroomt over België. Laten we terugkeren naar onze Brusselaar die 1976 heeft meegemaakt, naar zijn getuigenis en naar wat hij destijds in zijn notitieboekjes schreef:
« Vandaag is het vrijdag. 's Morgens zegt het "synoptisch bulletin" op de radio: Ukkel, 10°C, zwakke westnoordwestenwind, lichtbewolkte hemel. 10°C! Hoe lang was het geleden dat ik dat nog had gehoord, 10°C op een ochtend. Ik kon me bijna niet meer voorstellen dat zoiets nog bestond, 10°C 's morgens.
« Bovendien heb ik nog vakantie. Nu ik voor één keer geen herexamens heb, kan ik tot de laatste dag van mijn zomervakantie genieten. Terwijl de meeste van mijn vrienden aan het blokken zijn, wandel ik rustig door het Dudenpark. Wat een mooie hemel! Diepblauw tussen de typische bloemkoolvormige wolken, stralend wit aan de bovenkant en donker aan de onderkant. Daar in de verte zie je de bui al, voortgedreven door de wind, die binnen tien minuten over me heen zal trekken. Maar ik loop niet weg om te schuilen.
« Die regen doet zo'n deugd, na al die maanden van droogte en warmte. Vandaag begrijp ik wat Jacques Brel bedoelde toen hij zong: "Je t’offrirai des perles de pluie venues de pays où il ne pleut pas". »
4 september 1976: zon en wolken delen de hemel, voordat het in de namiddag grijzer wordt, met enkele regendruppels. Het blijft even koel. Slechts 8°C in de ochtend! En overdag halen we tijdens de mooiste opklaringen nauwelijks 18°C.
5 september 1976: het is bijna mooi weer, met cirrus, altocumulus en cumulus, die soms echter uitgroeien tot congestuswolken.
6 september 1976: de terugkeer van het mooie weer! En dit zegt onze getuige erover:
« Het "synoptisch bulletin" op de radio kondigt vanmorgen aan: Ukkel, 8°C, zwakke wind uit veranderlijke richtingen, lichtbewolkte hemel. Daarna Abba, met "Dancing Queen". Dat hoor je werkelijk overal, zowel op de hippe als op de ouderwetse radiozenders.
Wat heerlijk om 's morgens opnieuw een jas aan te trekken en naar buiten te gaan in die verkwikkende lucht, onder die heel lichte nevel die niets afdoet aan het blauw van de hemel. Wanneer ik uitadem, condenseert mijn adem een beetje. Wat is het lang geleden dat ik dat nog heb gezien! »
7 tot 8 september 1976: het hogedrukgebied is aanwezig en het mooie weer houdt aan. De temperaturen lopen wat op, maar blijven aangenaam, met 23 tot 24°C op de 8e.
9 september 1976: opnieuw hondenweer! Stilaan begint de Belg weer te klagen. « Alsjeblieft! Hopelijk duurt dit niet tot het weekend! We willen naar zee! »
10 september 1976: in de Hoge Venen is het bitter koud. Zelfs op het warmste moment van de dag wordt het niet warmer dan 7°C in Botrange en Mont-Rigi. Dit alles onder een hopeloos grijze hemel met stratus en stratus fractus. Pas aan het einde van de dag breekt het wolkendek open: de altostratus (boven de stratus) verandert in altocumulus en de stratus in cumulus.
11 tot 12 september 1976: het weekend is « minder erg » dan gevreesd, dankzij de zondag. Aan zee is het bijna mooi weer, met blauwe lucht en goed ontwikkelde, helderwitte cumuluswolken. Met 17 tot 18°C en een stevige zuidwestenwind langs de kust kunnen we spreken van een verkwikkende maar bijzonder aangename dag.

Afbeelding gegenereerd door ChatGPT op basis van een tekening van Robert Vilmos
13 tot 18 september 1976: het blijft te koel voor de tijd van het jaar, maar het weer verbetert geleidelijk, met steeds minder regen en steeds meer zon.
Er wordt bovendien gezegd dat de neerslag die tot nu toe is gevallen niet diep in de bodem doordringt. Hoewel de vegetatie baat heeft bij de oppervlakkige bevochtiging van de grond, is het probleem van de diepere grondwaterlagen nog lang niet opgelost. Die worden slechts langzaam aangevuld. Men vreest het ergste als de winter droog zou blijken te zijn.
19 tot 22 september 1976: het wordt opnieuw mooi zonder warm te worden. De ochtenden zijn nog wat fris, maar 's middags voelt het bijzonder zacht aan, met kalme of zwakke wind uit veranderlijke richtingen, later uit oost tot zuidoost, en temperaturen die meestal iets boven 20°C liggen.

Afbeelding gegenereerd door ChatGPT op basis van een postkaart uit 1976
Merk op dat de werken aan de premetro voltooid zijn en dat de trams nog slechts een tiental dagen bovengronds over de boulevard zullen rijden, tot 4 oktober.
23 september 1976: het blijft zacht, maar de hemel raakt langzaam gesluierd, eerst door cirrus vergezeld van altocumulus, vervolgens door cirrostratus en ten slotte door altostratus, met daaronder enkele fractuswolken waaruit wat regen valt.
24 september 1976: het weer is vochtig en nevelig, met stratus die evolueert naar cumulus en stratocumulus, met daarboven altocumulus. Af en toe vallen er zelfs enkele druppels. In Brussel spreekt niemand nog over droogte. Toch blijft het zuiden van het land snakken naar water.
« De (vrij vroege) temperatuurdaling en enkele regenbuien waren voldoende om de indruk te wekken dat de droogte niet meer was dan een klimatologische episode die inmiddels in de archieven van de meteorologen was beland. In werkelijkheid komen we in een kritieke fase terecht, namelijk de periode waarin zelfs onder normale omstandigheden het grondwaterpeil zijn laagste niveau bereikt. In Luxemburg, dat de reputatie heeft de "watertoren" van België te zijn, neemt het tekort nog toe. Zo moeten de inwoners van Neufchâteau aanschuiven bij tankwagens van het leger om enkele liters van de onmisbare vloeistof te bemachtigen. »
Krant « Le Peuple ».
25 tot 30 september 1976: het einde van september is wisselvallig, met opklaringen maar ook belangrijke wolkenvelden en buien, soms zelfs onweer, terwijl de temperaturen opnieuw vrij zacht worden.

Originele notities uit 1976
Neerslagstudie
Toelichting bij de tabel:
Het eerste cijfer geeft de neerslag van 1976 weer (in mm, afgerond op een geheel getal).
Het cijfer tussen haakjes geeft de toenmalige neerslagnormalen weer (1901-1975).
De eerste totalen zijn die van de zomer, de tweede die van de zomer + september.
Uit bovenstaande tabel kunnen we afleiden dat juni en augustus overal zeer droog waren, terwijl de neerslag in juli zeer onregelmatig verdeeld was en voornamelijk samenhing met onweersverschijnselen. Vooral op 12, 17, 20 en 21 juli werden hier en daar zeer grote neerslaghoeveelheden waargenomen (op de 12e: 51 mm in Sinsin; 39 mm in Denée-Maredsous; 34 mm in Ukkel; op de 17e: 35 mm in Bastenaken; 25 mm in Ciney; 20 mm in Beauvechain; op de 20e: 33 mm in Bierset; 30 mm in Spa; 28 mm in Mont-Rigi; op de 21e: 27 mm in Bierset; 25 mm in Ukkel; 21 mm in Beauraing). Deze neerslag was echter absoluut niet gunstig voor de bodem. Door de droogte wordt de bodem immers minder doorlaatbaar en intense regenval dringt dan niet in de bodem, maar stroomt oppervlakkig weg. Daardoor wordt het watertekort helemaal niet aangevuld.
Bovendien hebben de lange perioden van grote hitte tijdens de zomer van 1976 de droogte alleen maar verergerd. Daar komt nog bij dat de onweersbuien van juli – waarover hierboven sprake was – niet overal voorkwamen. Vooral het koudere water van de Noordzee remde de ontwikkeling van onweersbuien aan de kust sterk af. Soms hoorde men ze alleen in de verte.
Het gevolg was een bijzonder extreme droogte in de kuststreek, evenals in bepaalde delen van beide Vlaanderen en het westen van Henegouwen. De meeste badplaatsen aan onze Belgische kust kregen tijdens de drie zomermaanden minder dan 50 mm neerslag. Enkele cijfers: 43,1 mm in Nieuwpoort; 46,4 mm in Oostende; 48,8 mm in Knokke. In Blankenberge werd de grens van 50 mm nauwelijks overschreden, met een totaal van 51,3 mm.
Dit enorme neerslagtekort strekte zich uit tot enkele tientallen kilometers landinwaarts. De droogste plaatsen waren Roeselare met 29,0 mm en Hérinnes-Lez-Pecq (ten noorden van Doornik) met 29,5 mm. Dat betekent gemiddeld minder dan 10 mm neerslag per zomermaand!
En in september? Toen gebeurde precies het tegenovergestelde. De verstoorde en koele oceanische luchtstromingen werden bij hun passage over een Noordzee die ondertussen de tijd had gekregen om op te warmen bijzonder onstabiel, met hevige regenval tot gevolg. Zo kreeg Blankenberge alleen al in september 159,8 mm neerslag, gevolgd door Oostende met 143,6 mm en Nieuwpoort met 136,6 mm. Deze waarden komen ditmaal overeen met een bijzonder natte septembermaand. En opnieuw betrof dit verschijnsel een brede kuststrook, tot enkele tientallen kilometers landinwaarts.

Afbeelding gegenereerd door ChatGPT op basis van een tekening van Robert Vilmos
We kunnen stellen dat deze overvloedige neerslag zich grosso modo voordeed ten westen van een lijn van Kortrijk naar Eeklo via Aalter. Bijna alle stations ten westen van deze lijn kwamen boven 100 mm uit. Ten oosten ervan nam de neerslag daarentegen abrupt af. In Deinze werd nog slechts 52,6 mm gemeten, in Kruishoutem 49,4 mm en in Dendermonde 34,7 mm.
Een groot deel van het land kreeg, ondanks de weersverslechtering en de koelere perioden van september 1976, minder neerslag dan tijdens een normale septembermaand. Daardoor konden de problemen als gevolg van de droogte, waaronder vooral de watertekorten, in september nog niet worden opgelost.
De provincie Luxemburg had het meest onder deze problematiek te lijden. Sommige plaatsen in de Gaume, die aan de onweersbuien ontsnapten, waren tijdens de zomer eveneens extreem droog. Dat was bijvoorbeeld het geval in Étalle, waar gedurende de hele zomer slechts 46,5 mm neerslag viel. In september viel er 59,2 mm, wat nog steeds onder de seizoensnorm lag. Dat was echt veel te weinig om de watervoorraden opnieuw op peil te brengen.
Virton en Ébly waren volgens de cijfers minder droog, maar de onweersregens van juli hebben – zoals hierboven aangegeven – de uitgedroogde bodem nauwelijks geholpen.
Zoals we in 1976 hebben gezien, en zoals we nu opnieuw zien in 2026, is droogte een veel complexer probleem dan vaak wordt gedacht.
Conclusie vanuit psychologisch oogpunt
De hete zomer van 1976 was een gebeurtenis van formaat, en de terugkeer van de regen eind augustus was psychologisch gezien eveneens een belangrijke gebeurtenis. Geen enkele jongere uit die tijd kon zich een dergelijke zomer in België herinneren. Alleen hun ouders en vooral hun grootouders hadden – op een leeftijd waarop ze zich dat konden herinneren – in 1947 iets meegemaakt dat er enigszins op leek.
Tegenwoordig hebben hitte en droogte in ons land veel van hun uitzonderlijke karakter verloren. Daardoor lokt een plotselinge terugkeer naar normale omstandigheden nauwelijks nog reacties uit. Zeker niet wanneer een andere gebeurtenis die overgang overschaduwt. In 2026 werd het einde van de hittegolf gekenmerkt door een enorme brand in de Hoge Venen. Toen vervolgens de eerste regen viel, ging alle aandacht naar de hoeveelheid water die op de brandhaard zou vallen en die misschien zou kunnen blussen. Bijna niemand dacht nog aan de regen die eindelijk opnieuw in zijn eigen streek viel.
Bronnen
- KMI – Maandelijks klimatologisch bulletin – Augustus 1976
- KMI – Maandelijks klimatologisch bulletin – September 1976
- KMI – De normalen van het Belgische neerslagmeetnet – G.L. Dupriez en R. Sneyers
- KMI – Open Data – 110 gehomogeniseerde maandelijkse neerslagreeksen
- ECA&D – Daily Maximum Temperature in 0,1°C
- ECA&D – Daily Minimum Temperature in 0,1°C
- ECA&D – Daily Precipitation Amount in 0,1 mm
- Kachelmann Wetter – Messwerte & Klimadaten – Augustus-september 1976
- Krant « Le Peuple » – Verschillende edities






